retour-afzender

Prinsjesdag 2019; Wat viel op?

-inkeerregeling
Vanaf 1 januari 2020 zal de inkeerregeling (nog) verder worden beperkt. Inkeer is vanaf die datum alleen nog mogelijk voor box I inkomen.

-openbaarmaking vergrijpboeten opgelegd aan belastingadviseurs
Het conceptwetsvoorstel waarin de mogelijkheid wordt geopend aan belastingadviseurs opgelegde vergrijpboetes openbaar te maken, is tijdens Prinsjesdag gepresenteerde plannen aangescherpt ten gunste van de beboete belastingadviseur.

Openbaarmaking is straks alleen mogelijk als sprake is van opzet. Vergrijpboetes wegens grove schuld kunnen dus niet openbaar worden gemaakt.
Ook kan een vergrijpboete alleen openbaar worden gemaakt als de boete is opgelegd wegens medeplegen. Boetes wegens andere deelnemingsvormen zoals medeplichtigheid kunnen ook niet openbaar worden gemaakt.
Voorts vermeldt het wetsvoorstel dat publicatie zal plaatsvinden op de website van de Belastingdienst en vermeldt het dat de melding 5 jaren op de site zichtbaar zal zijn.

De spontane aangifte
Op Prinsjesdag is voorts de wettelijke status voor de ‘spontane’ aangifte geïntroduceerd.
Een spontane aangifte komt er – kort gezegd – op neer dat door belastingplichtige een aangifte wordt ingediend, zonder daartoe te zijn uitgenodigd.
In beginsel levert dit geen problemen op, tenzij een aangifte onjuist is gedaan. De inspecteur kan dan geen gebruik maken van zijn bevoegdheden, zoals het opleggen van een (vergrijp)boete of het toepassen van de omkering en verzwaring van de bewijslast.
Om te voorkomen dat de inspecteur met lege handen staat, zal de spontane aangifte in de wet daarom dezelfde status krijgen als een verplichte aangifte.

Keuzeregeling elektronisch verkeer
Vanaf 1 januari 2020 komt de wetgever terug op de verplichting via elektronische weg met de Belastingdienst te communiceren. Daarvoor in de plaats komt een keuzeregeling
Dat betekent concreet dat belastingplichtige voortaan kan kiezen of hij elektronisch of per post bereikbaar is. Voor ondernemers wijzigt er niets, zij moeten de digitale weg blijven volgen.

Wilt u meer weten over de gepresenteerde plannen of over andere belastingonderwerpen, neem dan contact met ons op via 020 244 16 22 of via info@taxstudio.nl

 

weigeren van een gemachtigde; wanneer kan de belastingrechter daartoe overgaan?

Volgens de Algemene wet bestuursrecht kan de belastingrechter tot weigering van een gemachtigde overgaan als tegen die persoon ernstige bezwaren bestaan. Wanneer is daarvan sprake?

Een belastingplichtige is beginsel vrij in zijn keuze van een gemachtigde. Hij bepaalt zelf door wie hij zich laat vertegenwoordigen.  De bepaling in de wet is er niet voor bedoelt om ‘lastige’ gemachtigde buiten spel te zetten. Weigering van een gemachtigde vindt tot op heden niet vaak plaats. De rechter gaat daar terecht terughoudend mee om.

Van ernstige bezwaren is volgens de rechtspraak bijvoorbeeld sprake als een gemachtigde:

– in een procedure gebruik maakt van vervalste documenten;

– in een procedure tegen B, partij A bijstaat en daarna in een procedure tegen A, partij B   bijstaat;

– door de strafrechter is veroordeeld tot een beroepsverbod;

– zich herhaaldelijk onnodig grievend uitlaat.

De meest recente uitspraak op dit punt is de tussenuitspraak van de belastingkamer van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 16 augustus 2019. In deze tussenuitspraak weigert het Hof de gemachtigde omdat hij zich onnodig grievend uitlaat en weigert zijn taalgebruik aan te passen. Het Hof geeft hem te kennen de zeer beledigende uitlatingen ten aanzien van onder meer de Hoge Raad, de rechtspraak in het algemeen en de Belastingdienst niet langer te dulden. De gemachtigde trekt zijn uitlatingen echter niet in waarna het Hof tot weigering van de gemachtigde overgaat. Het Hof geeft daarbij aan dat met de weigering een legitiem doel wordt nagestreefd, namelijk het waken voor onnodige en ernstige verstoring van de gang van zaken van de procedure bij het Hof. De behandeling en uitkomst van het hoger beroep van de belastingplichtige zijn ook totaal niet gebaat bij dergelijk taalgebruik.

De beslissing legt het Hof neer in een tussenuitspraak. De belastingplichtige krijgt daarbij de mogelijkheid om een nieuwe gemachtigde aan te wijzen. De wet schrijft niet voor dat de beslissing een gemachtigde te weigeren schriftelijk moet worden gedaan. De weigering kan dus bijvoorbeeld ook mondeling tijdens een zitting worden gedaan. Al heeft het wat mij betreft wel de voorkeur om de weigering schriftelijk te doen zodat hierover geen discussie kan ontstaan. Ook een aan de weigering voorafgaande waarschuwing volgt niet rechtstreeks uit de wet, maar ligt wel voor de hand. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit in 2006 ook al eens beslist. Advocaten kunnen niet door de belastingrechter worden geweigerd. Advocaten zijn onderworpen aan het tuchtrecht en kunnen via die weg worden bestraft.

Wilt u meer weten over het weigeren van een gemachtigde over andere belastingonderwerpen, neem dan contact met ons op via 020 244 16 22 of via info@taxstudio.nl

 

Groeten van Tax Studio

Fiscaal-recht

Beroepsverbod of publicatie van een boete? Wat hebt u liever?

De afgelopen 10 jaren zijn er steeds meer mogelijkheden gekomen om belastingadviseurs te straffen als zij in de uitoefening van hun strafbare en/of beboetbare feiten begaan.

Zo is het sinds de invoering van de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht in juli 2009 mogelijk om naast de belastingplichtige ook de betrokken belastingadviseur te beboeten, bijvoorbeeld als medepleger. Voorts kan de strafrechter sinds april 2010 een belastingadviseur naast een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf of taakstraf als bijkomende straf een beroepsverbod opleggen. Dit mede om te voorkomen dat de belastingadviseur zijn beroep verder misbruikt om nog meer strafbare feiten te begaan.

Sinds juli 2015 is daarbij gekomen dat de inzet van het strafrecht in geval van belastingfraude niet langer ultimum remedium is maar nevengeschikt is aan de andere handhavingsmogelijkheden. Dat betekent dat eerder tot strafrechtelijke vervolging wordt overgegaan. In ieder geval is strafrechtelijke vervolging aan de orde als sprake is van opzet en het benadeelde bedrag €100.000 of meer bedraagt. Is het benadeelde bedrag lager dan €100.000 dan kan strafrechtelijke vervolging toch in beeld komen als andere wegingscriteria een rol spelen, zoals de medewerking van een belastingadviseur.

Eind 2018 is een conceptwetsvoorstel gepubliceerd waarin de mogelijkheid wordt geopend om vergrijpboeten opgelegd aan belastingadviseurs openbaar te maken. Openbaarmaking heeft volgens de wetgever een preventieve werking en een waarschuwingsfunctie. De belastingplichtige wordt geïnformeerd over de overtreding die door de belastingadviseur is begaan.

Maar hoe zit het met een door de strafrechter opgelegd beroepsverbod? Hoe weet een belastingplichtige dat een belastingadviseur een beroepsverbod opgelegd heeft gekregen? Op welke wijze wordt het beroepsverbod gehandhaafd?

Het opleggen van een beroepsverbod wordt niet openbaar gemaakt. Een belastingplichtige kan dus niet nagaan of aan een belastingadviseur een beroepsverbod is opgelegd. Ook wordt er niet of nauwelijks gehandhaafd, dat betekent dat een belastingadviseur die een beroepsverbod opgelegd heeft gekregen vrij risicoloos kan doorwerken.

Waarom dan wel het voornemen om een aan een belastingadviseur opgelegde vergrijpboete openbaar te maken? Ik vind dit vreemd aangezien de ‘zwaardere’ gevallen voor de strafrechter worden gebracht en de ‘lichtere’ feiten worden beboet.

Het voornemen van de wetgever om een vergrijpboete opgelegd aan een belastingadviseur openbaar te maken, begrijp ik dan ook niet zo goed. Het ligt wat mij betreft meer voor de hand om eerst werk te maken van het handhaven van een opgelegd beroepsverbod.

Hebt u vragen over dit onderwerp of andere onderwerpen? Neemt u dan gerust contact op via info@taxstudio.nl of 020 244 1622.

Groeten van Tax Studio

Bezwaar-boetebelastingdienst

BEZWAAR TEGEN EEN VERZUIMBOETE WEGENS TE LAAT DOEN VAN AANGIFTE; HEEFT DAT ZIN?

Eerder deze week stelde ik via een aantal social mediakanalen de vraag of het zin heeft bezwaar te maken tegen een boete wegens het te laat doen van aangifte? De reacties daarop waren gelijkluidend.: “Ja, dat heeft zin”. Ik ben het daar mee eens. Bij de beoordeling of het zin heeft, check ik of aan de formele vereisten is voldaan voor het opleggen van een boete en waarom de aangifte te laat is ingediend.

Procedure gevolgd?

Een boete kan pas worden opgelegd als de belastingplichtige is uitgenodigd tot het doen van aangifte en vervolgens is aangemaand en de aanmaningstermijn inmiddels is verstreken.

De bewijslast hiervoor rust op de inspecteur. De Hoge Raad maakt het de inspecteur overigens niet heel moeilijk dat bewijs te leveren. Als de Belastingdienst over het juiste adres beschikt en het aannemelijk is dat de aanmaning is verzonden dan is hij er wel. Wat kunt u dan doen als u de aanmaning niet hebt gehad? U zult niet meer kunnen doen dan ontkennen dat u het hebt ontvangen. De Hoge Raad zegt ook dat een geloofwaardige ontkenning voldoende kan zijn.

Afwezigheid van alle schuld

Hebt u wel een aanmaning gehad maar toch de aangifte te laat ingediend dan is de overtreding begaan. Het opleggen van een boete zal toch achterwege moeten blijven als u er geen enkele schuld aan hebt dat de aangifte te laat is gedaan. Een bekend voorbeeld uit de rechtspraak is de situatie waarbij de belastingplichtige over voldoende saldo beschikt en op tijd een overschrijvingsopdracht aan de bank verstrekt, maar de bank er 3 weken over doet de opdracht uit te voeren waardoor de belasting te laat wordt betaald. De overtreding is wel begaan omdat te laat is betaald, maar de belastingplichtige heeft daaraan geen enkele schuld. Een boete kan dan niet worden opgelegd.

Hoogte boete

Alleen als de belastingplichtige geen enkel verwijt kan worden gemaakt, kan geen boete worden opgelegd. Een situatie die in de praktijk niet snel wordt aangenomen, dat neemt niet weg dat de omstandigheden die zich hebben voorgedaan misschien wel aanleiding geven tot vermindering van de boete. U moet dat aanvoeren. De Belastingdienst hoeft namelijk niet te onderzoeken of zich omstandigheden hebben voorgedaan die tot vermindering van de boete moeten leiden. In de praktijk hebben de volgende omstandigheden al eens tot vermindering van de boete geleid:

-er is sprake van geringe termijnoverschrijding;

-de aangifteplicht wordt verder altijd tijdig nageleefd;

-een zeer slechte financiële situatie;

Succes met het bestrijden van de boete. Hebt u vragen hierover of over andere belastingaangelegenheden, neemt u dan gerust contact op via 020 244 1622 of via info@taxstudio.nl

 

Groeten van Tax Studio

belastingdienst-tips

Maken fiscaal advocaten belastingadviseurs bang voor strafrechtelijke vervolging?

 

Deze vraag werd mij onlangs door een cursist gesteld tijdens een cursus over onder meer fiscaal boeterecht. De cursist gaf aan de indruk te hebben dat belastingadviseurs bang worden gemaakt voor strafrechtelijke vervolging. Zij vroeg zich af of dit wel terecht was.

Ik vraag me af of fiscaal advocaten erop uit zijn om belastingadviseurs bang te maken voor strafrechtelijke vervolging. Ik denk wel dat in artikelen en tijdens presentaties vaker wordt gewezen op de mogelijkheid van strafrechtelijke vervolging omdat dit tegenwoordig vaker en eerder aan de orde is. Ik wijs belastingadviseurs daar zelf ook vaker op, niet om angst aan te jagen maar om bewustwording te creëren. Niet in alle gevallen komt het daadwerkelijk tot strafrechtelijke vervolging van de adviseur maar gedragingen van belastingadviseurs zijn naar mijn mening wel vaker voorwerp van onderzoek door FIOD en Openbaar Ministerie.

Het indienen van nihilaangiften omzetbelasting met het idee dat later met een suppletie weer recht te trekken, kan niet door beugel. U zult misschien denken, wie doet dat nou nog? Ik kan u zeggen, het gebeurt vaker dan u denkt. Ook het schatten van de omzet is geen werkwijze die toelaatbaar is. Het slepen met omzetten is vaak het gevolg van een te kort aan liquide middelen bij de belastingplichtige maar het vooruitschuiven is in de praktijk vaak geen oplossing.

Adviseurs worstelen ook wel met de vraag of betalingsonmacht moet worden gemeld als de cliënt de belasting niet kan voldoen. Ik zie vaak dat bij betalingsproblemen de belastingdienst pas na betaling van andere schuldeisers wordt voldaan. Dit is op zich wel te begrijpen omdat het niet betalen van bijvoorbeeld een grote leverancier direct van invloed kan zijn op de bedrijfsuitoefening maar het onbetaald laten van belastingschulden terwijl er niet wordt gemeld, is niet zonder risico.

Onlangs heeft de strafrechter een directeur-grootaandeelhouder veroordeeld voor deze handelwijze (klik hier voor de uitspraak) Er werd uiteindelijk geen straf opgelegd en in die zin kwam de betrokkene in hoger beroep goed weg, maar het bewijs van de opzet was volgens de strafrechter geleverd en de betrokkene heeft wel een veroordeling achter zijn naam.

Bang zijn is wat mij betreft niet nodig, maar het is denk ik wel goed om te weten welke risico’s er mogelijk worden gelopen.

Meer weten? Kijk op onze website www.taxstudio.nl of neem direct contact op via 020 244 16 22 of info@taxstudio.nl

Groeten van Tax Studio,

Diana Jansen

 

Belastingdienst

Wat te doen bij een openstaande belastingschuld?

Hebt u een belastingschuld die u niet in een keer kunt voldoen? Lees hieronder 5 tips hoe u dit kunt oplossen.
1. Wacht niet tot de belastingdeurwaarder voor de deur staat
Als u met de belastingdienst tot een oplossing wilt komen, is het niet verstandig om niets te doen totdat de belastingdeurwaarder beslag komt leggen en een openbare verkoop aankondigt. Is er een schuld ontstaan die u niet in een keer kunt inlopen, neem dan contact op met de belastingdienst.
2. Laat de schulden niet verder oplopen
Het klinkt misschien onlogisch maar het is beter om de ontstane schuld even te laten voor wat het is en nieuw opkomende verplichtingen, zoals omzetbelasting en loonheffingen tijdig te voldoen. De schuld stabiliseert en loopt dan niet verder op. Het eerst betalen van de oude schuld leidt vaak weer tot een nieuwe schuld.
3. Betaal openstaande motorrijtuigenbelastingschulden meteen
Staan er op het overzicht openstaande schulden motorrijtuigenbelasting voldoet u die dan direct. De omvang daarvan is veelal te overzien en over de hoogte daarvan bestaat meestal geen verschil van inzicht.
4. Verzoek betalingsregeling
Hoe eerder u een verzoek om een betalingsregeling doet, hoe groter de kans dat u ook daadwerkelijk een regeling krijgt. De Belastingdienst heeft op website een formulier gepubliceerd die u kunt downloaden en invullen.
5. Doe een haalbaar voorstel
Het heeft geen zin om een voorstel te doen die u bij voorbaat niet kunt naleven. Dit zal er slechts toe leiden dat de betalingsregeling wordt ingetrokken waarna het lastig wordt opnieuw een regeling te treffen. Bij het opstellen van een haalbaar voorstel kan een omzet en liquiditeitsprognose van uw onderneming u behulpzaam zijn.
Mocht u vragen hebben of wilt u hulp bij het verkrijgen van een betalingsregeling neem dan contact met ons op per telefoon op 020 244 16 22 of vul het contactformulier in dan nemen wij contact met u op.
Groeten van Tax Studio
mag-belastingdienst-dat-vragen

Mag de Belastingdienst dat wel vragen?

Steeds vaker bevatten de verzoeken om informatie van de belastingdienst naast vragen over de feitelijke gang van zaken, zoals een verzoek om nadere uitleg over de rittenadministratie in verband met privé gebruik auto, ook vragen over het proces rondom de indiening van een aangifte. De vraag is of u als belastingplichtige verplicht bent deze vragen te beantwoorden.

Om bij het privé gebruik auto te blijven. Er wordt bijvoorbeeld gevraagd naar het programma dat voor de loonheffingen wordt gebruikt, wie de aangifte loonheffingen opstelt, indient en wie deze controleert?

Verplichte beantwoording is alleen dan aan de orde als het verzoek om informatie voor de belastingheffing van belang kan zijn.

Dat is weliswaar een zeer ruime bevoegdheid maar deze is niet onbeperkt. Er zitten wel degelijk grenzen aan. Ik vraag mij ten zeerste af of de bovengenoemde vragen wel beantwoord moeten worden.

Ik zie namelijk niet in op welke wijze beantwoording van deze vragen van belang zou kunnen zijn voor de vaststelling van de belastingaanslag.
Het lijkt er veeleer op dat deze vragen worden gesteld om na te gaan aan wie er mogelijk een boete zou kunnen worden opgelegd. Sinds een aantal jaren kunnen naast de belastingplichtige ook anderen, zoals de boekhouder en de belastingadviseur, een boete krijgen.

In een van de gevallen waarin vragen rondom het aangifteproces aan de orde was, heeft de inspecteur ook aangegeven dat de vragen werden gesteld in verband met mogelijke beboeting. Beantwoording van die vragen is dus, anders dan de belastingdienst zal stellen, niet verplicht!

Beoordeel bij de ontvangst van een verzoek om informatie dus altijd of de vragen wel van belang kunnen zijn voor de belastingheffing.

bezwaar-tegen-afwijzing-ambtshalve-vermindering

Bezwaar tegen afwijzing ambtshalve vermindering

Steeds vaker bevatten de verzoeken om informatie van de belastingdienst naast vragen over de feitelijke gang van zaken, zoals een verzoek om nadere uitleg over de rittenadministratie in verband met privé gebruik auto, ook vragen over het proces rondom de indiening van een aangifte. De vraag is of u als belastingplichtige verplicht bent deze vragen te beantwoorden.

Om bij het privé gebruik auto te blijven. Er wordt bijvoorbeeld gevraagd naar het programma dat voor de loonheffingen wordt gebruikt, wie de aangifte loonheffingen opstelt, indient en wie deze controleert?

Verplichte beantwoording is alleen dan aan de orde als het verzoek om informatie voor de belastingheffing van belang kan zijn.

Dat is weliswaar een zeer ruime bevoegdheid maar deze is niet onbeperkt. Er zitten wel degelijk grenzen aan. Ik vraag mij ten zeerste af of de bovengenoemde vragen wel beantwoord moeten worden.

Ik zie namelijk niet in op welke wijze beantwoording van deze vragen van belang zou kunnen zijn voor de vaststelling van de belastingaanslag.
Het lijkt er veeleer op dat deze vragen worden gesteld om na te gaan aan wie er mogelijk een boete zou kunnen worden opgelegd. Sinds een aantal jaren kunnen naast de belastingplichtige ook anderen, zoals de boekhouder en de belastingadviseur, een boete krijgen.

In een van de gevallen waarin vragen rondom het aangifteproces aan de orde was, heeft de inspecteur ook aangegeven dat de vragen werden gesteld in verband met mogelijke beboeting. Beantwoording van die vragen is dus, anders dan de belastingdienst zal stellen, niet verplicht!

Beoordeel bij de ontvangst van een verzoek om informatie dus altijd of de vragen wel van belang kunnen zijn voor de belastingheffing.

executie-belastingdienst

Zo voorkomt u een executieverkoop door de Belastingdienst

In een eerdere blog gaf ik aan dat het verstandig is om niet te wachten tot de Belastingdienst overgaat tot een executie in verband met een openstaande belastingschuld. Ik gaf voorts aan dat als dat advies voor u te laat kwam een verkoop eventueel kon voorkomen door een zogenoemde verzetsprocedure te starten. Na het uitbrengen van een dagvaarding aan de ontvanger werd de verkoop geannuleerd.

Vanaf 1 januari 2018 is het nog steeds mogelijk een dergelijke procedure te voeren maar is het anders dan nu niet meer vanzelfsprekend dat de verkoop niet doorgaat. Tot 1 januari 2018 moest de ontvanger naar de rechter om te vragen of de verkoop doorgang kon hebben, vanaf 1 januari 2018 moet u naar de rechter om de rechter te vragen de verkoop te annuleren.

Dat betekent dat u vanaf 1 januari as. eerder dan nu in actie moet komen om er voor te zorgen dat de verkoop door de belastingdienst geen doorgang zal hebben. Tussen de beslaglegging en de verkoopdatum moet minimaal 4 weken zitten. Dat betekent dat u na de beslaglegging in ieder geval vier weken de tijd hebt om met de ontvanger tot afspraken te komen dan wel om de rechter te verzoeken om de verkoop geen doorgang te laten hebben.

Ook die periode is nog vrij kort. Beter is het dan ook om direct na de constatering dat de schuld niet kan worden voldaan een oplossing te zoeken. Dat is vaak een eerder moment dan de beslaglegging, bijvoorbeeld na de ontvangst van het aanslagbiljet of de herinnering.

Het initiatief om een verkoop te voorkomen zal vanaf 1 januari 2018 dus volledig bij u komen te liggen. Mocht op dit moment al beslag gelegd zijn, wacht dan niet tot het laatste moment om de verkoop te voorkomen, maar kom meteen in actie.

Hebt u behoefte aan advies, bel gerust naar 06 414 76 999. Wij helpen u graag verder.