Hoe kan het dat de belastingdienst zo snel tot belastingfraude concludeert?

Op woensdag 27 januari 2021 stuurt de staatssecretaris van Financiën een brief aan de Tweede Kamer met het onderwerp “Stand van zaken, Herstellen, Verbeteren, Borgen (HVB).Het betreft een brief in een lopend traject over de fraudeaanpak binnen de belastingdienst. Naar aanleiding van deze brief was in diverse media al te lezen dat ook in de inkomstenbelasting snel tot belastingfraude wordt geconcludeerd.

Hoe kan dit gebeuren?

Uit diverse stukken van de staatssecretaris van Financiën leid ik kort het volgende af. De belastingdienst maakt volgens het Ministerie van Financiën gebruik van diverse applicaties om fraude te signaleren, daarnaast worden signalen verkregen via derden. Deze gegevens worden onder meer geregistreerd in de Fraude Signaleringsvoorziening (FSV).

Naast het feit dat deze applicaties niet allemaal voldeden aan wet- en regelgeving, zoals de privacywetgeving, leidde registratie in de FSV er volgens de brief van de staatssecretaris van 27 januari 2021 er ook toe dat bij een ‘melding fraudepost’ en belastingschulden van meer dan €10.000 de betrokkene niet meer in aanmerking kwam voor een minnelijke schuldsanering. Hierbij werd dus niet verder onderzocht of deze kwalificatie wel juist was. De belastingdienst ging ervan uit dat de belastingplichtige niet te goeder trouw was.

De registratievoorziening werd een soort van zwarte lijst. Een andere lijst die mogelijk als zwarte lijst fungeerde, betreft de lijst die is ontstaan via het project met code 1043. Het project richt zich op controle van risicovolle aangiften. Onder meer werd gecontroleerd of opgevoerde aftrekposten konden worden onderbouwd.Op zichzelf ben ik daar niet op tegen, maar als dat bewijs niet kan worden geleverd, levert dat volgens de belastingrechtspraak op zichzelf geen opzet op. Kennelijk werden de aangiften van deze belastingplichtigen ook in de jaren daarna intensief gecontroleerd. De staatssecretaris meldt in zijn brief van 27 januari 2020 dat het project tijdelijk is stopgezet om waarborgen te creëren, waaronder een verbeterde werkinstructie.

Het gebruik van registraties en applicaties kunnen nuttig zijn bij het opsporen van belastingfraude, daar zal denk ik niemand op tegen zijn, mits het systeem voldoet aan de wettelijke eisen uiteraard, zoals de privacywetgeving. Het probleem is denk ik niet zozeer de inzet van die systemen maar het gebruik daarvan. Wanneer wordt iemand in het systeem opgenomen en waarvoor worden die gegevens gebruikt?

Het valt op dat steeds ‘de werkinstructies’ de boosdoeners zouden zijn. Het zouden die instructies zijn die leiden tot de ongeoorloofde behandelingen. Wie stelt die werkinstructies op? Zijn dit mensen die weten hoe wet- regelgeving en belastingrechtspraak in elkaar zitten?  Wie zijn die mensen die deze instructies (klakkeloos?) uitvoeren? Misschien moet je er werken om het te kunnen begrijpen, maar ik kan dit echt niet volgen. Hopelijk komt hier heel rap een einde aan, want dit is echt totaal onacceptabel.

Meer weten over belastingfraude. Laat het me weten via jansen@taxstudio.nl.

Groeten, Diana Jansen

Is het plegen van belastingfraude moeilijk?

Het Openbaar Ministerie (OM) plaatste onlangs een bericht op de website over een tandarts die volgens de FIOD en het OM belastingfraude heeft gepleegd. Zo liet hij zich uitbetalen op een buitenlandse bankrekening en gaf hij deze inkomsten niet aan.  Met name dat laatste is relevant.

Is belastingfraude plegen eigenlijk eenvoudig?

Het plegen van belastingfraude lijkt op zich niet zo moeilijk. Laat ik omzetbelastingfraude als voorbeeld nemen. Voor het verkrijgen van een teruggaaf omzetbelasting hebt u alleen een inkoopfactuur nodig of nog beter meerdere inkoopfacturen. Deze kunt u eenvoudig zelf maken maar om het nog enigszins wat te laten lijken kunt u ook een zogeheten katvanger inzetten. Dat is een persoon met een onderneming op zijn naam die tegen een relatief kleine vergoeding bereid is om zijn onderneming door u te laten beheren.

U kunt nu facturen opmaken namens die onderneming en aan uw eigen onderneming sturen. Daar is uw aftrek. Nog mooier en beter is het als er ook daadwerkelijk producten worden gekocht. Bij voorkeur kleine producten die een hoge waarde vertegenwoordigen. Anders wordt het zo’n gesleep. Om te voorkomen dat u snel bij de belastingdienst en FIOD in beeld komt, kunt u de producten ook nog over de grens sturen en dan via verschillende landen weer terug naar Nederland. Binnen Europa kan verkoop zonder omzetbelasting plaatsvinden.

Waarom gaat het dan toch vaak fout? Frauderen kunt u niet alleen. U hebt anderen nodig om te kunnen frauderen. Als u steeds voor omvangrijke bedragen goederen koopt van dezelfde onderneming en deze onderneming betaalt de omzetbelasting niet dan is dat een signaal voor de belastingdienst. Om uit het zicht van de belastingdienst en FIOD te blijven, moet u dus van meerdere ondernemingen kopen. Dat blijkt toch minder eenvoudig dan gedacht.

De uitvoering blijkt toch ook vaak wat lastiger dan het op eerste gezicht lijkt. Waarom koopt een onderneming bijvoorbeeld mobiele telefoons van een onderneming die volgens handelsregister de Kamer van Koophandel in babyvoeding handelt. Ook aan de facturen schort vaak het een en ander. Meerdere facturen met hetzelfde nummer bijvoorbeeld. Ook blijken partijen meerdere keren te worden gekocht. Hoe langer de fraude duurt, hoe onzorgvuldiger vaak te werk wordt gegaan. Daarnaast wordt het door technologische ontwikkelingen ook steeds makkelijker voor de FIOD om informatie te koppelen.

Frauderen is minder makkelijk dan het op het eerste gezicht lijkt en ik zou het u dan ook niet aanraden. Voor de tandarts in bovengenoemde zaak komt dit advies mogelijk te laat. Of hij wordt veroordeeld, wordt volgende maand bekend.

Meer weten over belastingfraude? Neem gerust contact op via jansen@taxstudio.nl

Groeten,

Diana Jansen

Fiscaal-recht

Interview Tax Live: verruiming strafrechtelijke vervolging belastingadviseur van de baan

Voor Tax Live ben ik door Marit Muller geinterviewd over het arrest van de strafkamer van de Hoge Raad waarbij de Hoge Raad heeft beslist dat het opzettelijk doen van onjuiste aangifte geen kwaliteitsdelict is. Benieuwd wat ik daar over zeg?

Lees het hier

 

informatiebeschikking

Motivering van een vergrijpboete: zo moet het niet

In mijn praktijk zie ik regelmatig vergrijpboetes voorbijkomen. De belastingdienst moet bewijzen dat het beboetbare feit door de belastingplichtige is begaan.

Als de belastingdienst voornemens is een vergrijpboete op te leggen dan moet dat voornemen aan de belastingplichtige kenbaar worden gemaakt en daarbij moeten hem de gronden waarop de boete berust worden medegedeeld.

De mededelingsplicht ziet in ieder geval op de feitelijke gedraging, maar ik vind dat deze mededelingsplicht ook zou moeten gelden voor de mededeling van de wettelijke bepaling waarop de boete berust. De belastingrechter gaat wat dat laatste betreft meestal niet zover.

Worden de feitelijke gronden niet of niet uiterlijk bij de boeteoplegging medegedeeld dan moet de boete worden vernietigd. Wordt een onjuiste wettelijke bepaling vermeld dan krijgt de belastingdienst van de belastingrechter vaak een herkansing.

Ook al is het huidige boeterecht alweer meer dan 20 jaren oud, het is kennelijk toch lastig om de gronden waarop de boete berust goed mede te delen. Hieronder een paar voorbeelden van hoe het volgens mij niet zou moeten:

-De omzetbelasting is niet betaald en dat is slordig. Slordigheid kwalificeert juridisch als grove schuld.

-Verweten wordt de belastingplichtige dat de aangifte opzettelijk onjuist of onvolledig is gedaan terwijl de boete ziet op het niet betalen van een aangiftebelasting.

-Het ontvangen van omzet op de prive rekening van de ondernemer/eenmanszaak. Dat is een laakbare slordigheid dat kwalificeert als opzet.

– Er is te weinig omzetbelasting betaald en daarom wordt er een boete opgelegd op grond van artikel 67e AWR.

-Boete wordt opgelegd aan een reeds ontbonden VOF. In beroep wordt de boete dan toch vernietigd.

Hebt u vragen over de mededeling van de gronden van de boete of hebt u andere vragen over het formele belastingrecht. Laat het ons weten via 020 2441622 of via info@taxstudio.nl

 

Groeten van Tax Studio

 

weigeren van een gemachtigde; wanneer kan de belastingrechter daartoe overgaan?

Volgens de Algemene wet bestuursrecht kan de belastingrechter tot weigering van een gemachtigde overgaan als tegen die persoon ernstige bezwaren bestaan. Wanneer is daarvan sprake?

Een belastingplichtige is beginsel vrij in zijn keuze van een gemachtigde. Hij bepaalt zelf door wie hij zich laat vertegenwoordigen.  De bepaling in de wet is er niet voor bedoelt om ‘lastige’ gemachtigde buiten spel te zetten. Weigering van een gemachtigde vindt tot op heden niet vaak plaats. De rechter gaat daar terecht terughoudend mee om.

Van ernstige bezwaren is volgens de rechtspraak bijvoorbeeld sprake als een gemachtigde:

– in een procedure gebruik maakt van vervalste documenten;

– in een procedure tegen B, partij A bijstaat en daarna in een procedure tegen A, partij B   bijstaat;

– door de strafrechter is veroordeeld tot een beroepsverbod;

– zich herhaaldelijk onnodig grievend uitlaat.

De meest recente uitspraak op dit punt is de tussenuitspraak van de belastingkamer van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 16 augustus 2019. In deze tussenuitspraak weigert het Hof de gemachtigde omdat hij zich onnodig grievend uitlaat en weigert zijn taalgebruik aan te passen. Het Hof geeft hem te kennen de zeer beledigende uitlatingen ten aanzien van onder meer de Hoge Raad, de rechtspraak in het algemeen en de Belastingdienst niet langer te dulden. De gemachtigde trekt zijn uitlatingen echter niet in waarna het Hof tot weigering van de gemachtigde overgaat. Het Hof geeft daarbij aan dat met de weigering een legitiem doel wordt nagestreefd, namelijk het waken voor onnodige en ernstige verstoring van de gang van zaken van de procedure bij het Hof. De behandeling en uitkomst van het hoger beroep van de belastingplichtige zijn ook totaal niet gebaat bij dergelijk taalgebruik.

De beslissing legt het Hof neer in een tussenuitspraak. De belastingplichtige krijgt daarbij de mogelijkheid om een nieuwe gemachtigde aan te wijzen. De wet schrijft niet voor dat de beslissing een gemachtigde te weigeren schriftelijk moet worden gedaan. De weigering kan dus bijvoorbeeld ook mondeling tijdens een zitting worden gedaan. Al heeft het wat mij betreft wel de voorkeur om de weigering schriftelijk te doen zodat hierover geen discussie kan ontstaan. Ook een aan de weigering voorafgaande waarschuwing volgt niet rechtstreeks uit de wet, maar ligt wel voor de hand. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit in 2006 ook al eens beslist. Advocaten kunnen niet door de belastingrechter worden geweigerd. Advocaten zijn onderworpen aan het tuchtrecht en kunnen via die weg worden bestraft.

Wilt u meer weten over het weigeren van een gemachtigde over andere belastingonderwerpen, neem dan contact met ons op via 020 244 16 22 of via info@taxstudio.nl

 

Groeten van Tax Studio

Fiscaal-recht

Beroepsverbod of publicatie van een boete? Wat hebt u liever?

De afgelopen 10 jaren zijn er steeds meer mogelijkheden gekomen om belastingadviseurs te straffen als zij in de uitoefening van hun strafbare en/of beboetbare feiten begaan.

Zo is het sinds de invoering van de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht in juli 2009 mogelijk om naast de belastingplichtige ook de betrokken belastingadviseur te beboeten, bijvoorbeeld als medepleger. Voorts kan de strafrechter sinds april 2010 een belastingadviseur naast een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf of taakstraf als bijkomende straf een beroepsverbod opleggen. Dit mede om te voorkomen dat de belastingadviseur zijn beroep verder misbruikt om nog meer strafbare feiten te begaan.

Sinds juli 2015 is daarbij gekomen dat de inzet van het strafrecht in geval van belastingfraude niet langer ultimum remedium is maar nevengeschikt is aan de andere handhavingsmogelijkheden. Dat betekent dat eerder tot strafrechtelijke vervolging wordt overgegaan. In ieder geval is strafrechtelijke vervolging aan de orde als sprake is van opzet en het benadeelde bedrag €100.000 of meer bedraagt. Is het benadeelde bedrag lager dan €100.000 dan kan strafrechtelijke vervolging toch in beeld komen als andere wegingscriteria een rol spelen, zoals de medewerking van een belastingadviseur.

Eind 2018 is een conceptwetsvoorstel gepubliceerd waarin de mogelijkheid wordt geopend om vergrijpboeten opgelegd aan belastingadviseurs openbaar te maken. Openbaarmaking heeft volgens de wetgever een preventieve werking en een waarschuwingsfunctie. De belastingplichtige wordt geïnformeerd over de overtreding die door de belastingadviseur is begaan.

Maar hoe zit het met een door de strafrechter opgelegd beroepsverbod? Hoe weet een belastingplichtige dat een belastingadviseur een beroepsverbod opgelegd heeft gekregen? Op welke wijze wordt het beroepsverbod gehandhaafd?

Het opleggen van een beroepsverbod wordt niet openbaar gemaakt. Een belastingplichtige kan dus niet nagaan of aan een belastingadviseur een beroepsverbod is opgelegd. Ook wordt er niet of nauwelijks gehandhaafd, dat betekent dat een belastingadviseur die een beroepsverbod opgelegd heeft gekregen vrij risicoloos kan doorwerken.

Waarom dan wel het voornemen om een aan een belastingadviseur opgelegde vergrijpboete openbaar te maken? Ik vind dit vreemd aangezien de ‘zwaardere’ gevallen voor de strafrechter worden gebracht en de ‘lichtere’ feiten worden beboet.

Het voornemen van de wetgever om een vergrijpboete opgelegd aan een belastingadviseur openbaar te maken, begrijp ik dan ook niet zo goed. Het ligt wat mij betreft meer voor de hand om eerst werk te maken van het handhaven van een opgelegd beroepsverbod.

Hebt u vragen over dit onderwerp of andere onderwerpen? Neemt u dan gerust contact op via info@taxstudio.nl of 020 244 1622.

Groeten van Tax Studio

Bezwaar-boetebelastingdienst

BEZWAAR TEGEN EEN VERZUIMBOETE WEGENS TE LAAT DOEN VAN AANGIFTE; HEEFT DAT ZIN?

Eerder deze week stelde ik via een aantal social mediakanalen de vraag of het zin heeft bezwaar te maken tegen een boete wegens het te laat doen van aangifte? De reacties daarop waren gelijkluidend.: “Ja, dat heeft zin”. Ik ben het daar mee eens. Bij de beoordeling of het zin heeft, check ik of aan de formele vereisten is voldaan voor het opleggen van een boete en waarom de aangifte te laat is ingediend.

Procedure gevolgd?

Een boete kan pas worden opgelegd als de belastingplichtige is uitgenodigd tot het doen van aangifte en vervolgens is aangemaand en de aanmaningstermijn inmiddels is verstreken.

De bewijslast hiervoor rust op de inspecteur. De Hoge Raad maakt het de inspecteur overigens niet heel moeilijk dat bewijs te leveren. Als de Belastingdienst over het juiste adres beschikt en het aannemelijk is dat de aanmaning is verzonden dan is hij er wel. Wat kunt u dan doen als u de aanmaning niet hebt gehad? U zult niet meer kunnen doen dan ontkennen dat u het hebt ontvangen. De Hoge Raad zegt ook dat een geloofwaardige ontkenning voldoende kan zijn.

Afwezigheid van alle schuld

Hebt u wel een aanmaning gehad maar toch de aangifte te laat ingediend dan is de overtreding begaan. Het opleggen van een boete zal toch achterwege moeten blijven als u er geen enkele schuld aan hebt dat de aangifte te laat is gedaan. Een bekend voorbeeld uit de rechtspraak is de situatie waarbij de belastingplichtige over voldoende saldo beschikt en op tijd een overschrijvingsopdracht aan de bank verstrekt, maar de bank er 3 weken over doet de opdracht uit te voeren waardoor de belasting te laat wordt betaald. De overtreding is wel begaan omdat te laat is betaald, maar de belastingplichtige heeft daaraan geen enkele schuld. Een boete kan dan niet worden opgelegd.

Hoogte boete

Alleen als de belastingplichtige geen enkel verwijt kan worden gemaakt, kan geen boete worden opgelegd. Een situatie die in de praktijk niet snel wordt aangenomen, dat neemt niet weg dat de omstandigheden die zich hebben voorgedaan misschien wel aanleiding geven tot vermindering van de boete. U moet dat aanvoeren. De Belastingdienst hoeft namelijk niet te onderzoeken of zich omstandigheden hebben voorgedaan die tot vermindering van de boete moeten leiden. In de praktijk hebben de volgende omstandigheden al eens tot vermindering van de boete geleid:

-er is sprake van geringe termijnoverschrijding;

-de aangifteplicht wordt verder altijd tijdig nageleefd;

-een zeer slechte financiële situatie;

Succes met het bestrijden van de boete. Hebt u vragen hierover of over andere belastingaangelegenheden, neemt u dan gerust contact op via 020 244 1622 of via info@taxstudio.nl

 

Groeten van Tax Studio

belastingdienst-tips

Maken fiscaal advocaten belastingadviseurs bang voor strafrechtelijke vervolging?

 

Deze vraag werd mij onlangs door een cursist gesteld tijdens een cursus over onder meer fiscaal boeterecht. De cursist gaf aan de indruk te hebben dat belastingadviseurs bang worden gemaakt voor strafrechtelijke vervolging. Zij vroeg zich af of dit wel terecht was.

Ik vraag me af of fiscaal advocaten erop uit zijn om belastingadviseurs bang te maken voor strafrechtelijke vervolging. Ik denk wel dat in artikelen en tijdens presentaties vaker wordt gewezen op de mogelijkheid van strafrechtelijke vervolging omdat dit tegenwoordig vaker en eerder aan de orde is. Ik wijs belastingadviseurs daar zelf ook vaker op, niet om angst aan te jagen maar om bewustwording te creëren. Niet in alle gevallen komt het daadwerkelijk tot strafrechtelijke vervolging van de adviseur maar gedragingen van belastingadviseurs zijn naar mijn mening wel vaker voorwerp van onderzoek door FIOD en Openbaar Ministerie.

Het indienen van nihilaangiften omzetbelasting met het idee dat later met een suppletie weer recht te trekken, kan niet door beugel. U zult misschien denken, wie doet dat nou nog? Ik kan u zeggen, het gebeurt vaker dan u denkt. Ook het schatten van de omzet is geen werkwijze die toelaatbaar is. Het slepen met omzetten is vaak het gevolg van een te kort aan liquide middelen bij de belastingplichtige maar het vooruitschuiven is in de praktijk vaak geen oplossing.

Adviseurs worstelen ook wel met de vraag of betalingsonmacht moet worden gemeld als de cliënt de belasting niet kan voldoen. Ik zie vaak dat bij betalingsproblemen de belastingdienst pas na betaling van andere schuldeisers wordt voldaan. Dit is op zich wel te begrijpen omdat het niet betalen van bijvoorbeeld een grote leverancier direct van invloed kan zijn op de bedrijfsuitoefening maar het onbetaald laten van belastingschulden terwijl er niet wordt gemeld, is niet zonder risico.

Onlangs heeft de strafrechter een directeur-grootaandeelhouder veroordeeld voor deze handelwijze (klik hier voor de uitspraak) Er werd uiteindelijk geen straf opgelegd en in die zin kwam de betrokkene in hoger beroep goed weg, maar het bewijs van de opzet was volgens de strafrechter geleverd en de betrokkene heeft wel een veroordeling achter zijn naam.

Bang zijn is wat mij betreft niet nodig, maar het is denk ik wel goed om te weten welke risico’s er mogelijk worden gelopen.

Meer weten? Kijk op onze website www.taxstudio.nl of neem direct contact op via 020 244 16 22 of info@taxstudio.nl

Groeten van Tax Studio,

Diana Jansen

 

Belastingdienst

Wat te doen bij een openstaande belastingschuld?

Hebt u een belastingschuld die u niet in een keer kunt voldoen? Lees hieronder 5 tips hoe u dit kunt oplossen.
1. Wacht niet tot de belastingdeurwaarder voor de deur staat
Als u met de belastingdienst tot een oplossing wilt komen, is het niet verstandig om niets te doen totdat de belastingdeurwaarder beslag komt leggen en een openbare verkoop aankondigt. Is er een schuld ontstaan die u niet in een keer kunt inlopen, neem dan contact op met de belastingdienst.
2. Laat de schulden niet verder oplopen
Het klinkt misschien onlogisch maar het is beter om de ontstane schuld even te laten voor wat het is en nieuw opkomende verplichtingen, zoals omzetbelasting en loonheffingen tijdig te voldoen. De schuld stabiliseert en loopt dan niet verder op. Het eerst betalen van de oude schuld leidt vaak weer tot een nieuwe schuld.
3. Betaal openstaande motorrijtuigenbelastingschulden meteen
Staan er op het overzicht openstaande schulden motorrijtuigenbelasting voldoet u die dan direct. De omvang daarvan is veelal te overzien en over de hoogte daarvan bestaat meestal geen verschil van inzicht.
4. Verzoek betalingsregeling
Hoe eerder u een verzoek om een betalingsregeling doet, hoe groter de kans dat u ook daadwerkelijk een regeling krijgt. De Belastingdienst heeft op website een formulier gepubliceerd die u kunt downloaden en invullen.
5. Doe een haalbaar voorstel
Het heeft geen zin om een voorstel te doen die u bij voorbaat niet kunt naleven. Dit zal er slechts toe leiden dat de betalingsregeling wordt ingetrokken waarna het lastig wordt opnieuw een regeling te treffen. Bij het opstellen van een haalbaar voorstel kan een omzet en liquiditeitsprognose van uw onderneming u behulpzaam zijn.
Mocht u vragen hebben of wilt u hulp bij het verkrijgen van een betalingsregeling neem dan contact met ons op per telefoon op 020 244 16 22 of vul het contactformulier in dan nemen wij contact met u op.
Groeten van Tax Studio
mag-belastingdienst-dat-vragen

Mag de Belastingdienst dat wel vragen?

Steeds vaker bevatten de verzoeken om informatie van de belastingdienst naast vragen over de feitelijke gang van zaken, zoals een verzoek om nadere uitleg over de rittenadministratie in verband met privé gebruik auto, ook vragen over het proces rondom de indiening van een aangifte. De vraag is of u als belastingplichtige verplicht bent deze vragen te beantwoorden.

Om bij het privé gebruik auto te blijven. Er wordt bijvoorbeeld gevraagd naar het programma dat voor de loonheffingen wordt gebruikt, wie de aangifte loonheffingen opstelt, indient en wie deze controleert?

Verplichte beantwoording is alleen dan aan de orde als het verzoek om informatie voor de belastingheffing van belang kan zijn.

Dat is weliswaar een zeer ruime bevoegdheid maar deze is niet onbeperkt. Er zitten wel degelijk grenzen aan. Ik vraag mij ten zeerste af of de bovengenoemde vragen wel beantwoord moeten worden.

Ik zie namelijk niet in op welke wijze beantwoording van deze vragen van belang zou kunnen zijn voor de vaststelling van de belastingaanslag.
Het lijkt er veeleer op dat deze vragen worden gesteld om na te gaan aan wie er mogelijk een boete zou kunnen worden opgelegd. Sinds een aantal jaren kunnen naast de belastingplichtige ook anderen, zoals de boekhouder en de belastingadviseur, een boete krijgen.

In een van de gevallen waarin vragen rondom het aangifteproces aan de orde was, heeft de inspecteur ook aangegeven dat de vragen werden gesteld in verband met mogelijke beboeting. Beantwoording van die vragen is dus, anders dan de belastingdienst zal stellen, niet verplicht!

Beoordeel bij de ontvangst van een verzoek om informatie dus altijd of de vragen wel van belang kunnen zijn voor de belastingheffing.