Fiscaal-recht

Beroepsverbod of publicatie van een boete? Wat hebt u liever?

De afgelopen 10 jaren zijn er steeds meer mogelijkheden gekomen om belastingadviseurs te straffen als zij in de uitoefening van hun strafbare en/of beboetbare feiten begaan.

Zo is het sinds de invoering van de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht in juli 2009 mogelijk om naast de belastingplichtige ook de betrokken belastingadviseur te beboeten, bijvoorbeeld als medepleger. Voorts kan de strafrechter sinds april 2010 een belastingadviseur naast een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf of taakstraf als bijkomende straf een beroepsverbod opleggen. Dit mede om te voorkomen dat de belastingadviseur zijn beroep verder misbruikt om nog meer strafbare feiten te begaan.

Sinds juli 2015 is daarbij gekomen dat de inzet van het strafrecht in geval van belastingfraude niet langer ultimum remedium is maar nevengeschikt is aan de andere handhavingsmogelijkheden. Dat betekent dat eerder tot strafrechtelijke vervolging wordt overgegaan. In ieder geval is strafrechtelijke vervolging aan de orde als sprake is van opzet en het benadeelde bedrag €100.000 of meer bedraagt. Is het benadeelde bedrag lager dan €100.000 dan kan strafrechtelijke vervolging toch in beeld komen als andere wegingscriteria een rol spelen, zoals de medewerking van een belastingadviseur.

Eind 2018 is een conceptwetsvoorstel gepubliceerd waarin de mogelijkheid wordt geopend om vergrijpboeten opgelegd aan belastingadviseurs openbaar te maken. Openbaarmaking heeft volgens de wetgever een preventieve werking en een waarschuwingsfunctie. De belastingplichtige wordt geïnformeerd over de overtreding die door de belastingadviseur is begaan.

Maar hoe zit het met een door de strafrechter opgelegd beroepsverbod? Hoe weet een belastingplichtige dat een belastingadviseur een beroepsverbod opgelegd heeft gekregen? Op welke wijze wordt het beroepsverbod gehandhaafd?

Het opleggen van een beroepsverbod wordt niet openbaar gemaakt. Een belastingplichtige kan dus niet nagaan of aan een belastingadviseur een beroepsverbod is opgelegd. Ook wordt er niet of nauwelijks gehandhaafd, dat betekent dat een belastingadviseur die een beroepsverbod opgelegd heeft gekregen vrij risicoloos kan doorwerken.

Waarom dan wel het voornemen om een aan een belastingadviseur opgelegde vergrijpboete openbaar te maken? Ik vind dit vreemd aangezien de ‘zwaardere’ gevallen voor de strafrechter worden gebracht en de ‘lichtere’ feiten worden beboet.

Het voornemen van de wetgever om een vergrijpboete opgelegd aan een belastingadviseur openbaar te maken, begrijp ik dan ook niet zo goed. Het ligt wat mij betreft meer voor de hand om eerst werk te maken van het handhaven van een opgelegd beroepsverbod.

Hebt u vragen over dit onderwerp of andere onderwerpen? Neemt u dan gerust contact op via info@taxstudio.nl of 020 244 1622.

Groeten van Tax Studio

Bezwaar-boetebelastingdienst

BEZWAAR TEGEN EEN VERZUIMBOETE WEGENS TE LAAT DOEN VAN AANGIFTE; HEEFT DAT ZIN?

Eerder deze week stelde ik via een aantal social mediakanalen de vraag of het zin heeft bezwaar te maken tegen een boete wegens het te laat doen van aangifte? De reacties daarop waren gelijkluidend.: “Ja, dat heeft zin”. Ik ben het daar mee eens. Bij de beoordeling of het zin heeft, check ik of aan de formele vereisten is voldaan voor het opleggen van een boete en waarom de aangifte te laat is ingediend.

Procedure gevolgd?

Een boete kan pas worden opgelegd als de belastingplichtige is uitgenodigd tot het doen van aangifte en vervolgens is aangemaand en de aanmaningstermijn inmiddels is verstreken.

De bewijslast hiervoor rust op de inspecteur. De Hoge Raad maakt het de inspecteur overigens niet heel moeilijk dat bewijs te leveren. Als de Belastingdienst over het juiste adres beschikt en het aannemelijk is dat de aanmaning is verzonden dan is hij er wel. Wat kunt u dan doen als u de aanmaning niet hebt gehad? U zult niet meer kunnen doen dan ontkennen dat u het hebt ontvangen. De Hoge Raad zegt ook dat een geloofwaardige ontkenning voldoende kan zijn.

Afwezigheid van alle schuld

Hebt u wel een aanmaning gehad maar toch de aangifte te laat ingediend dan is de overtreding begaan. Het opleggen van een boete zal toch achterwege moeten blijven als u er geen enkele schuld aan hebt dat de aangifte te laat is gedaan. Een bekend voorbeeld uit de rechtspraak is de situatie waarbij de belastingplichtige over voldoende saldo beschikt en op tijd een overschrijvingsopdracht aan de bank verstrekt, maar de bank er 3 weken over doet de opdracht uit te voeren waardoor de belasting te laat wordt betaald. De overtreding is wel begaan omdat te laat is betaald, maar de belastingplichtige heeft daaraan geen enkele schuld. Een boete kan dan niet worden opgelegd.

Hoogte boete

Alleen als de belastingplichtige geen enkel verwijt kan worden gemaakt, kan geen boete worden opgelegd. Een situatie die in de praktijk niet snel wordt aangenomen, dat neemt niet weg dat de omstandigheden die zich hebben voorgedaan misschien wel aanleiding geven tot vermindering van de boete. U moet dat aanvoeren. De Belastingdienst hoeft namelijk niet te onderzoeken of zich omstandigheden hebben voorgedaan die tot vermindering van de boete moeten leiden. In de praktijk hebben de volgende omstandigheden al eens tot vermindering van de boete geleid:

-er is sprake van geringe termijnoverschrijding;

-de aangifteplicht wordt verder altijd tijdig nageleefd;

-een zeer slechte financiële situatie;

Succes met het bestrijden van de boete. Hebt u vragen hierover of over andere belastingaangelegenheden, neemt u dan gerust contact op via 020 244 1622 of via info@taxstudio.nl

 

Groeten van Tax Studio

bezwaar-tegen-afwijzing-ambtshalve-vermindering

Boetebeschikking niet gehad? Bewijs het maar

Als de Belastingdienst bij de belastingaanslag een boete oplegt, kan daartegen binnen 6 weken bezwaar worden gemaakt. Wordt een bezwaar niet binnen die termijn ingediend dan moet eerst de vraag worden beantwoord, waarom het bezwaar niet tijdig is.

Als de betrokkene aangeeft het aanslagbiljet met de boete niet te hebben gehad waardoor niet tijdig bezwaar kon worden gemaakt dan gold tot het arrest van de Hoge Raad van 5 juli 2019 dat van de juistheid van die stelling moest worden uitgegaan tenzij de onjuistheid daarvan kwam vast te staan. Dit om de toegang tot de rechter voor de boete te waarborgen. Dit kon tot de vreemde situatie leiden dat, hoewel boete en belastingaanslag op een biljet staan, het bezwaar tegen de belastingaanslag te laat was en inhoudelijk niet werd behandeld terwijl het bezwaar tegen de boete wel als tijdig werd aangemerkt. Dit werd in fiscale termen ook wel de partiele ontvankelijkheid genoemd.

Vorige week heeft de Hoge Raad beslist het niet langer noodzakelijk te vinden hierin onderscheid te maken en voor bezwaar- en beroepschriften tegen boetes die worden ingediend op of na 1 augustus 2019 geldt van die datum dezelfde bewijsregel als voor belastingaanslagen. Deze bewijsregel luidt als volgt: Indien de inspecteur over het juiste adres beschikt en aannemelijk is dat het aanslagbiljet per post is verzonden, rechtvaardigt dat het vermoeden van ontvangst. Indien de ontvangst redelijkerwijs moet worden betwijfeld, moet de inspecteur met meer bewijs komen en dat heeft hij meestal niet. De Hoge Raad geeft daarbij aan dat een geloofwaardige ontkenning dat het aanslagbiljet is ontvangen voldoende kan zijn. Ander bewijs dan een ontkenning is er natuurlijk ook niet.

Voor de betrokkene geldt dat na dit arrest het minder zeker is dat een bezwaar of beroep tegen een boete inhoudelijk wordt behandeld als het niet binnen de termijn is ingediend omdat het aanslagbiljet niet is ontvangen. Het bezwaar of beroep wordt alleen inhoudelijk behandeld als de inspecteur en daarna de belastingrechter geloven dat het biljet niet door de betrokkene is ontvangen. Probleem is dat inspecteur en belastingrechter er naar mijn mening te snel vanuit gaan dat het wel zou zijn ontvangen. De meeste post komt immers aan. Hierdoor wordt nu eerder dan voorheen het risico gelopen dat een opgelegde boete in stand blijft omdat een bezwaar of beroep wegens termijnoverschrijding niet wordt behandeld.

Ik zou ervoor willen pleiten dat Belastingdienst en rechters belastingplichtigen gewoon geloven als deze van begin af aan aangeven het biljet niet te hebben gehad. Waarom niet? Het is niet zo dat de opgelegde boete dan moet worden vernietigd. Het geeft hem alleen recht op een inhoudelijke behandeling van zijn zaak. Daarvoor is het bezwaar en beroep toch ook bedoeld?

Hebt u vragen over dit arrest of over andere belastingaangelegenheden? Neemt gerust contact met ons op via 020 2441622.

 

Groeten van Tax Studio

Bezwaar-boetebelastingdienst

Foutje gemaakt? Bezwaar maken tegen een boete loont

Hebt u bij het doen van uw aangifte een foutje gemaakt, dan zal het voor de inspecteur over het algemeen niet zo moeilijk zijn om de als gevolg daarvan te weinig geheven belasting alsnog in de heffing te betrekken.

Wil hij daarbij ook een zogenoemde vergrijpboete opleggen dan wordt het voor de inspecteur lastiger omdat dan andere spelregels gelden. Als inspecteur meent dat er opzettelijk een onjuiste of onvolledige aangifte is gedaan, dan moet de inspecteur namelijk bewijzen dat u zich ten tijde van het doen van de aangifte daarvan hoogte was.

Wordt uw aangifte gedaan door bijvoorbeeld een belastingadviseur of administratiekantoor dan wordt het nog lastiger voor de inspecteur. Opzet van uw adviseur kan niet aan u worden toegerekend. U moet er zelf kennis van hebben dat de aangifte op het moment van indienen onjuist was.

In stukken van de belastingdienst, waaronder rapporten van boekenonderzoeken, kom ik regelmatig tegen dat de inspecteur de voorgenomen boete wegens opzet onderbouwt met het argument dat de belastingplichtige “had moeten weten dat de aangelegenheid in de aangifte vermeld had moeten worden”. Ook het argument dat “het algemeen bekend is dat een bepaalde aangelegenheid in de aangifte moet worden vermeld” zie ik vaak terug in rapporten van de belastingdienst.

Beide argumenten zijn volgens de belastingrechter onvoldoende om aan te nemen dat de belastingplichtige de aangifte opzettelijk onjuist heeft gedaan, daarvoor is dus meer nodig. De inspecteur moet met andere woorden meer bewijs hebben.

Het bewijs van opzet moet niet alleen door de inspecteur worden geleverd, het bewijs mag ook niet worden verkregen op een wijze die strijdig is met het zogenoemde zwijgrecht. U hoeft immers niet aan uw eigen veroordeling mee te werken. Hoe ver dat zwijgrecht reikt is nog volop in ontwikkeling in de belastingrechtspraak. Een ding is inmiddels duidelijk het recht beperkt zich niet alleen tot door u afgelegde verklaringen, maar kan onder bepaalde voorwaarden ook betrekking hebben op door u aan de belastingdienst verstrekte documenten.

Mocht u met een (vergrijp)boete geconfronteerd worden, realiseert u zich dan dat een eventuele procedure hierover geen gewonnen race is voor de belastingdienst. Het maken van bezwaar dan wel het instellen van beroep is in veel gevallen dan ook zeker zinvol.

 

vergrijpboete

De spelregels bij beboeting 2

In mijn vorige blog over beboeting ben ik ingegaan op de spelregels bij het opleggen van een vergrijpboete. Voor het opleggen van een vergrijpboete is opzet of grove schuld vereist. De inspecteur moet dat bewijzen. In een van de reacties op deze blog werd aangegeven dat deze regels niet van toepassing zijn als sprake is van een zogenoemde verzuimboete. Dat is correct. In deze tweede blog over beboeting zal ik daarom ingaan op de spelregels bij het opleggen van een verzuimboete.

De belangrijkste verzuimboeten in de belastingwetgeving hebben betrekking op het niet tijdig doen van aangifte of het niet tijdig betalen van belastingen.

Hebt u bijvoorbeeld de aangifte inkomstenbelasting nog niet gedaan en hebt u nog geen aanmaning ontvangen dan kunt u beter alsnog de aangifte per omgaande indienen. Wacht u de aanmaning namelijk af en doet u dan vervolgens niet binnen de daarin gestelde termijn alsnog aangifte dan kunt u een boete opgelegd krijgen van maximaal €5278. Op basis van beleid zal niet direct het wettelijk maximum worden opgelegd maar de boetes lopen tegenwoordig fors op.

Anders dan bij vergrijpboeten is voor het opleggen van een verzuimboete geen opzet of grove schuld vereist en dat betekent dat de enkele constatering dat de aangifte te laat is ingediend tot het opleggen van een boete zal leiden.

Hetzelfde heeft te gelden voor betalingsverzuimen. Is de betaling niet uiterlijk op de laatste dag van de termijn waarbinnen moet zijn betaald door de belastingdienst ontvangen dan kan ook een boete van maximaal €5278 worden opgelegd. De overtreding is zeer eenvoudig te constateren en voor de beboeting is in beginsel voldoende dat niet tijdig is betaald.

Mocht u met een verzuimboete geconfronteerd worden, gaat u dan na of er naar uw mening omstandigheden zijn aan te voeren die tot vernietiging dan wel matiging van de boete moeten leiden. Te denken valt hierbij aan persoonlijke omstandigheden zoals ziekte, maar ook financiele omstandigheden kunnen in bepaalde gevallen tot matiging leiden.

Als u meent dat er omstandigheden zijn aan te voeren op grond waarvan de boete moet worden gematigd, dient u dan tijdig een bezwaarschrift in en breng de feiten en omstandigheden zo volledig mogelijk naar voren. De belastingdienst hoeft van de belastingrechter namelijk niet zelfstandig naar strafverminderende omstandigheden op zoek te gaan. Met andere woorden als u niets doet, zal de boete worden gehandhaafd en ingevorderd worden.

vergrijpboete

De spelregels bij beboeting

Hebt u bij het doen van uw aangifte steken laten vallen, dan zal het voor de inspecteur over het algemeen niet zo moeilijk zijn om de als gevolg daarvan te weinig geheven belasting alsnog in de heffing te betrekken.

Wil hij daarbij ook een zogenoemde vergrijpboete opleggen dan wordt het voor de inspecteur lastiger omdat dan andere spelregels gelden. Als inspecteur meent dat er opzettelijk een onjuiste of onvolledige aangifte is gedaan, dan moet de inspecteur namelijk bewijzen dat u zich ten tijde van het doen van de aangifte daarvan bewust was.

Wordt uw aangifte gedaan door een derde, bijvoorbeeld een belastingadviseur of administratiekantoor, dan wordt het nog lastiger voor de inspecteur. Eventuele opzet bij uw adviseur kan niet aan u worden toegerekend. U moet er zelf bewust van zijn geweest dat de aangifte op het moment van indienen onjuist was.

In stukken van de belastingdienst, waaronder rapporten van boekenonderzoeken, kom ik regelmatig tegen dat de inspecteur de voorgenomen boete wegens opzet onderbouwt met het argument dat de belastingplichtige “had moeten weten dat de aangelegenheid in de aangifte vermeld had moeten worden”. Ook het argument dat “het algemeen bekend is dat een bepaalde aangelegenheid in de aangifte moet worden vermeld” zie ik vaak terug in stukken van de belastingdienst.

Beide argumenten zijn volgens de belastingrechter onvoldoende om aan te nemen dat de belastingplichtige de aangifte opzettelijk onjuist heeft gedaan, daarvoor is dus meer vereist. De inspecteur moet met andere woorden met meer komen.

Het bewijs van opzet moet niet alleen door de inspecteur worden geleverd, het bewijs mag ook niet worden verkregen op een wijze die strijdig is met het zogenoemde zwijgrecht. U hoeft immers niet aan uw eigen veroordeling mee te werken. Hoe ver dat zwijgrecht reikt is nog volop in ontwikkeling in de belastingrechtspraak. Een ding is inmiddels duidelijk het recht beperkt zich niet alleen tot door u afgelegde verklaringen, maar kan onder bepaalde voorwaarden ook betrekking hebben op door u aan de belastingdienst verstrekte documenten.

Mocht u onverhoopt met een (vergrijp)boete geconfronteerd worden, realiseert u zich dan dat een eventuele procedure hierover geen gewonnen race is voor de belastingdienst. Het maken van bezwaar dan wel het instellen van beroep is in veel gevallen dan ook zeker zinvol.