bezwaar-tegen-afwijzing-ambtshalve-vermindering

Boetebeschikking niet gehad? Bewijs het maar

Als de Belastingdienst bij de belastingaanslag een boete oplegt, kan daartegen binnen 6 weken bezwaar worden gemaakt. Wordt een bezwaar niet binnen die termijn ingediend dan moet eerst de vraag worden beantwoord, waarom het bezwaar niet tijdig is.

Als de betrokkene aangeeft het aanslagbiljet met de boete niet te hebben gehad waardoor niet tijdig bezwaar kon worden gemaakt dan gold tot het arrest van de Hoge Raad van 5 juli 2019 dat van de juistheid van die stelling moest worden uitgegaan tenzij de onjuistheid daarvan kwam vast te staan. Dit om de toegang tot de rechter voor de boete te waarborgen. Dit kon tot de vreemde situatie leiden dat, hoewel boete en belastingaanslag op een biljet staan, het bezwaar tegen de belastingaanslag te laat was en inhoudelijk niet werd behandeld terwijl het bezwaar tegen de boete wel als tijdig werd aangemerkt. Dit werd in fiscale termen ook wel de partiele ontvankelijkheid genoemd.

Vorige week heeft de Hoge Raad beslist het niet langer noodzakelijk te vinden hierin onderscheid te maken en voor bezwaar- en beroepschriften tegen boetes die worden ingediend op of na 1 augustus 2019 geldt van die datum dezelfde bewijsregel als voor belastingaanslagen. Deze bewijsregel luidt als volgt: Indien de inspecteur over het juiste adres beschikt en aannemelijk is dat het aanslagbiljet per post is verzonden, rechtvaardigt dat het vermoeden van ontvangst. Indien de ontvangst redelijkerwijs moet worden betwijfeld, moet de inspecteur met meer bewijs komen en dat heeft hij meestal niet. De Hoge Raad geeft daarbij aan dat een geloofwaardige ontkenning dat het aanslagbiljet is ontvangen voldoende kan zijn. Ander bewijs dan een ontkenning is er natuurlijk ook niet.

Voor de betrokkene geldt dat na dit arrest het minder zeker is dat een bezwaar of beroep tegen een boete inhoudelijk wordt behandeld als het niet binnen de termijn is ingediend omdat het aanslagbiljet niet is ontvangen. Het bezwaar of beroep wordt alleen inhoudelijk behandeld als de inspecteur en daarna de belastingrechter geloven dat het biljet niet door de betrokkene is ontvangen. Probleem is dat inspecteur en belastingrechter er naar mijn mening te snel vanuit gaan dat het wel zou zijn ontvangen. De meeste post komt immers aan. Hierdoor wordt nu eerder dan voorheen het risico gelopen dat een opgelegde boete in stand blijft omdat een bezwaar of beroep wegens termijnoverschrijding niet wordt behandeld.

Ik zou ervoor willen pleiten dat Belastingdienst en rechters belastingplichtigen gewoon geloven als deze van begin af aan aangeven het biljet niet te hebben gehad. Waarom niet? Het is niet zo dat de opgelegde boete dan moet worden vernietigd. Het geeft hem alleen recht op een inhoudelijke behandeling van zijn zaak. Daarvoor is het bezwaar en beroep toch ook bedoeld?

Hebt u vragen over dit arrest of over andere belastingaangelegenheden? Neemt gerust contact met ons op via 020 2441622.

 

Groeten van Tax Studio

Bezwaar-boetebelastingdienst

Foutje gemaakt? Bezwaar maken tegen een boete loont

Hebt u bij het doen van uw aangifte een foutje gemaakt, dan zal het voor de inspecteur over het algemeen niet zo moeilijk zijn om de als gevolg daarvan te weinig geheven belasting alsnog in de heffing te betrekken.

Wil hij daarbij ook een zogenoemde vergrijpboete opleggen dan wordt het voor de inspecteur lastiger omdat dan andere spelregels gelden. Als inspecteur meent dat er opzettelijk een onjuiste of onvolledige aangifte is gedaan, dan moet de inspecteur namelijk bewijzen dat u zich ten tijde van het doen van de aangifte daarvan hoogte was.

Wordt uw aangifte gedaan door bijvoorbeeld een belastingadviseur of administratiekantoor dan wordt het nog lastiger voor de inspecteur. Opzet van uw adviseur kan niet aan u worden toegerekend. U moet er zelf kennis van hebben dat de aangifte op het moment van indienen onjuist was.

In stukken van de belastingdienst, waaronder rapporten van boekenonderzoeken, kom ik regelmatig tegen dat de inspecteur de voorgenomen boete wegens opzet onderbouwt met het argument dat de belastingplichtige “had moeten weten dat de aangelegenheid in de aangifte vermeld had moeten worden”. Ook het argument dat “het algemeen bekend is dat een bepaalde aangelegenheid in de aangifte moet worden vermeld” zie ik vaak terug in rapporten van de belastingdienst.

Beide argumenten zijn volgens de belastingrechter onvoldoende om aan te nemen dat de belastingplichtige de aangifte opzettelijk onjuist heeft gedaan, daarvoor is dus meer nodig. De inspecteur moet met andere woorden meer bewijs hebben.

Het bewijs van opzet moet niet alleen door de inspecteur worden geleverd, het bewijs mag ook niet worden verkregen op een wijze die strijdig is met het zogenoemde zwijgrecht. U hoeft immers niet aan uw eigen veroordeling mee te werken. Hoe ver dat zwijgrecht reikt is nog volop in ontwikkeling in de belastingrechtspraak. Een ding is inmiddels duidelijk het recht beperkt zich niet alleen tot door u afgelegde verklaringen, maar kan onder bepaalde voorwaarden ook betrekking hebben op door u aan de belastingdienst verstrekte documenten.

Mocht u met een (vergrijp)boete geconfronteerd worden, realiseert u zich dan dat een eventuele procedure hierover geen gewonnen race is voor de belastingdienst. Het maken van bezwaar dan wel het instellen van beroep is in veel gevallen dan ook zeker zinvol.

 

vergrijpboete

De spelregels bij beboeting 2

In mijn vorige blog over beboeting ben ik ingegaan op de spelregels bij het opleggen van een vergrijpboete. Voor het opleggen van een vergrijpboete is opzet of grove schuld vereist. De inspecteur moet dat bewijzen. In een van de reacties op deze blog werd aangegeven dat deze regels niet van toepassing zijn als sprake is van een zogenoemde verzuimboete. Dat is correct. In deze tweede blog over beboeting zal ik daarom ingaan op de spelregels bij het opleggen van een verzuimboete.

De belangrijkste verzuimboeten in de belastingwetgeving hebben betrekking op het niet tijdig doen van aangifte of het niet tijdig betalen van belastingen.

Hebt u bijvoorbeeld de aangifte inkomstenbelasting nog niet gedaan en hebt u nog geen aanmaning ontvangen dan kunt u beter alsnog de aangifte per omgaande indienen. Wacht u de aanmaning namelijk af en doet u dan vervolgens niet binnen de daarin gestelde termijn alsnog aangifte dan kunt u een boete opgelegd krijgen van maximaal €5278. Op basis van beleid zal niet direct het wettelijk maximum worden opgelegd maar de boetes lopen tegenwoordig fors op.

Anders dan bij vergrijpboeten is voor het opleggen van een verzuimboete geen opzet of grove schuld vereist en dat betekent dat de enkele constatering dat de aangifte te laat is ingediend tot het opleggen van een boete zal leiden.

Hetzelfde heeft te gelden voor betalingsverzuimen. Is de betaling niet uiterlijk op de laatste dag van de termijn waarbinnen moet zijn betaald door de belastingdienst ontvangen dan kan ook een boete van maximaal €5278 worden opgelegd. De overtreding is zeer eenvoudig te constateren en voor de beboeting is in beginsel voldoende dat niet tijdig is betaald.

Mocht u met een verzuimboete geconfronteerd worden, gaat u dan na of er naar uw mening omstandigheden zijn aan te voeren die tot vernietiging dan wel matiging van de boete moeten leiden. Te denken valt hierbij aan persoonlijke omstandigheden zoals ziekte, maar ook financiele omstandigheden kunnen in bepaalde gevallen tot matiging leiden.

Als u meent dat er omstandigheden zijn aan te voeren op grond waarvan de boete moet worden gematigd, dient u dan tijdig een bezwaarschrift in en breng de feiten en omstandigheden zo volledig mogelijk naar voren. De belastingdienst hoeft van de belastingrechter namelijk niet zelfstandig naar strafverminderende omstandigheden op zoek te gaan. Met andere woorden als u niets doet, zal de boete worden gehandhaafd en ingevorderd worden.

vergrijpboete

De spelregels bij beboeting

Hebt u bij het doen van uw aangifte steken laten vallen, dan zal het voor de inspecteur over het algemeen niet zo moeilijk zijn om de als gevolg daarvan te weinig geheven belasting alsnog in de heffing te betrekken.

Wil hij daarbij ook een zogenoemde vergrijpboete opleggen dan wordt het voor de inspecteur lastiger omdat dan andere spelregels gelden. Als inspecteur meent dat er opzettelijk een onjuiste of onvolledige aangifte is gedaan, dan moet de inspecteur namelijk bewijzen dat u zich ten tijde van het doen van de aangifte daarvan bewust was.

Wordt uw aangifte gedaan door een derde, bijvoorbeeld een belastingadviseur of administratiekantoor, dan wordt het nog lastiger voor de inspecteur. Eventuele opzet bij uw adviseur kan niet aan u worden toegerekend. U moet er zelf bewust van zijn geweest dat de aangifte op het moment van indienen onjuist was.

In stukken van de belastingdienst, waaronder rapporten van boekenonderzoeken, kom ik regelmatig tegen dat de inspecteur de voorgenomen boete wegens opzet onderbouwt met het argument dat de belastingplichtige “had moeten weten dat de aangelegenheid in de aangifte vermeld had moeten worden”. Ook het argument dat “het algemeen bekend is dat een bepaalde aangelegenheid in de aangifte moet worden vermeld” zie ik vaak terug in stukken van de belastingdienst.

Beide argumenten zijn volgens de belastingrechter onvoldoende om aan te nemen dat de belastingplichtige de aangifte opzettelijk onjuist heeft gedaan, daarvoor is dus meer vereist. De inspecteur moet met andere woorden met meer komen.

Het bewijs van opzet moet niet alleen door de inspecteur worden geleverd, het bewijs mag ook niet worden verkregen op een wijze die strijdig is met het zogenoemde zwijgrecht. U hoeft immers niet aan uw eigen veroordeling mee te werken. Hoe ver dat zwijgrecht reikt is nog volop in ontwikkeling in de belastingrechtspraak. Een ding is inmiddels duidelijk het recht beperkt zich niet alleen tot door u afgelegde verklaringen, maar kan onder bepaalde voorwaarden ook betrekking hebben op door u aan de belastingdienst verstrekte documenten.

Mocht u onverhoopt met een (vergrijp)boete geconfronteerd worden, realiseert u zich dan dat een eventuele procedure hierover geen gewonnen race is voor de belastingdienst. Het maken van bezwaar dan wel het instellen van beroep is in veel gevallen dan ook zeker zinvol.