Fiscaal-recht

Interview Tax Live: verruiming strafrechtelijke vervolging belastingadviseur van de baan

Voor Tax Live ben ik door Marit Muller geinterviewd over het arrest van de strafkamer van de Hoge Raad waarbij de Hoge Raad heeft beslist dat het opzettelijk doen van onjuiste aangifte geen kwaliteitsdelict is. Benieuwd wat ik daar over zeg?

Lees het hier

 

informatiebeschikking

Motivering van een vergrijpboete: zo moet het niet

In mijn praktijk zie ik regelmatig vergrijpboetes voorbijkomen. De belastingdienst moet bewijzen dat het beboetbare feit door de belastingplichtige is begaan.

Als de belastingdienst voornemens is een vergrijpboete op te leggen dan moet dat voornemen aan de belastingplichtige kenbaar worden gemaakt en daarbij moeten hem de gronden waarop de boete berust worden medegedeeld.

De mededelingsplicht ziet in ieder geval op de feitelijke gedraging, maar ik vind dat deze mededelingsplicht ook zou moeten gelden voor de mededeling van de wettelijke bepaling waarop de boete berust. De belastingrechter gaat wat dat laatste betreft meestal niet zover.

Worden de feitelijke gronden niet of niet uiterlijk bij de boeteoplegging medegedeeld dan moet de boete worden vernietigd. Wordt een onjuiste wettelijke bepaling vermeld dan krijgt de belastingdienst van de belastingrechter vaak een herkansing.

Ook al is het huidige boeterecht alweer meer dan 20 jaren oud, het is kennelijk toch lastig om de gronden waarop de boete berust goed mede te delen. Hieronder een paar voorbeelden van hoe het volgens mij niet zou moeten:

-De omzetbelasting is niet betaald en dat is slordig. Slordigheid kwalificeert juridisch als grove schuld.

-Verweten wordt de belastingplichtige dat de aangifte opzettelijk onjuist of onvolledig is gedaan terwijl de boete ziet op het niet betalen van een aangiftebelasting.

-Het ontvangen van omzet op de prive rekening van de ondernemer/eenmanszaak. Dat is een laakbare slordigheid dat kwalificeert als opzet.

– Er is te weinig omzetbelasting betaald en daarom wordt er een boete opgelegd op grond van artikel 67e AWR.

-Boete wordt opgelegd aan een reeds ontbonden VOF. In beroep wordt de boete dan toch vernietigd.

Hebt u vragen over de mededeling van de gronden van de boete of hebt u andere vragen over het formele belastingrecht. Laat het ons weten via 020 2441622 of via info@taxstudio.nl

 

Groeten van Tax Studio

 

retour-afzender

Prinsjesdag 2019; Wat viel op?

-inkeerregeling
Vanaf 1 januari 2020 zal de inkeerregeling (nog) verder worden beperkt. Inkeer is vanaf die datum alleen nog mogelijk voor box I inkomen.

-openbaarmaking vergrijpboeten opgelegd aan belastingadviseurs
Het conceptwetsvoorstel waarin de mogelijkheid wordt geopend aan belastingadviseurs opgelegde vergrijpboetes openbaar te maken, is tijdens Prinsjesdag gepresenteerde plannen aangescherpt ten gunste van de beboete belastingadviseur.

Openbaarmaking is straks alleen mogelijk als sprake is van opzet. Vergrijpboetes wegens grove schuld kunnen dus niet openbaar worden gemaakt.
Ook kan een vergrijpboete alleen openbaar worden gemaakt als de boete is opgelegd wegens medeplegen. Boetes wegens andere deelnemingsvormen zoals medeplichtigheid kunnen ook niet openbaar worden gemaakt.
Voorts vermeldt het wetsvoorstel dat publicatie zal plaatsvinden op de website van de Belastingdienst en vermeldt het dat de melding 5 jaren op de site zichtbaar zal zijn.

De spontane aangifte
Op Prinsjesdag is voorts de wettelijke status voor de ‘spontane’ aangifte geïntroduceerd.
Een spontane aangifte komt er – kort gezegd – op neer dat door belastingplichtige een aangifte wordt ingediend, zonder daartoe te zijn uitgenodigd.
In beginsel levert dit geen problemen op, tenzij een aangifte onjuist is gedaan. De inspecteur kan dan geen gebruik maken van zijn bevoegdheden, zoals het opleggen van een (vergrijp)boete of het toepassen van de omkering en verzwaring van de bewijslast.
Om te voorkomen dat de inspecteur met lege handen staat, zal de spontane aangifte in de wet daarom dezelfde status krijgen als een verplichte aangifte.

Keuzeregeling elektronisch verkeer
Vanaf 1 januari 2020 komt de wetgever terug op de verplichting via elektronische weg met de Belastingdienst te communiceren. Daarvoor in de plaats komt een keuzeregeling
Dat betekent concreet dat belastingplichtige voortaan kan kiezen of hij elektronisch of per post bereikbaar is. Voor ondernemers wijzigt er niets, zij moeten de digitale weg blijven volgen.

Wilt u meer weten over de gepresenteerde plannen of over andere belastingonderwerpen, neem dan contact met ons op via 020 244 16 22 of via info@taxstudio.nl

 

vergrijpboete

Vermogensrendementsheffing (box 3) in strijd met Europees Recht! Hebt u daar ook iets aan?

Nee, een mooi arrest misschien, maar in de praktijk schiet je er weinig mee op.

De Hoge Raad heeft vandaag in een aantal arresten beslist dat het fictieve rendement van 4% in 2013 en 2014 niet meer haalbaar was zonder daar (veel) risico voor te hoeven nemen. In deze procedures was aan de orde of de heffing van box 3 hierdoor op het zogenoemde stelselniveau, op niveau van de wetgeving, voor 2013 en 2014 in strijd is met Europese regelgeving. De Hoge Raad beslist dat er inderdaad sprake is van een schending van de Europese regelgeving.

De vraag rijst dan of de belastingrechter rechtsherstel moet bieden of dat dit op de weg van de wetgever ligt. De rechter is over het algemeen terughoudend met bieden van rechtsherstel bij strijd met Europees recht op regelniveau. De wetgever is meestal eerst aan zet om de wetgeving aan te passen. De wetgeving is ook al aangepast, dat was al eerder gebeurd. De Hoge Raad heeft echter niet getoetst of met die wijziging ook rechtsherstel wordt geboden. Hierover zal dus opnieuw geprocedeerd moeten worden. De heffing blijft in deze procedures voor de jaren waarover is geprocedeerd, 2013 en 2014, dus gewoon in stand.

Rechtsherstel kan nog worden verkregen als sprake is van een zogeheten individuele buitensporige last. Bij de beoordeling daarvan wordt de hele financiële situatie van de belastingplichtige betrokken.

In de zaken die vandaag door de Hoge Raad zijn beslist, stond dat niet ter beoordeling. Overigens is ook dat niet eenvoudig te bewijzen. In 2017 heeft de Hoge Raad namelijk beslist dat hiervan alleen sprake kan zijn als wanneer een maatregel zich in een concreet geval sterker laat voelen dan in het algemeen. Er zijn tot op heden weinig gevallen waarin dit door de rechter werd aangenomen.

Voor wie gelijk wilde krijgen dat de vermogensrendementsheffing niet door de beugel kan, heeft vandaag gewonnen. Voor wie dacht dat de heffing daarmee ook daadwerkelijk van de baan zou zijn, heeft verloren.

Hebt u vragen over dit arrest of andere belastingzaken neem gerust contact op via 020 244 1622.

Groeten van Tax Studio