Fiscaal-recht

Interview Tax Live: verruiming strafrechtelijke vervolging belastingadviseur van de baan

Voor Tax Live ben ik door Marit Muller geinterviewd over het arrest van de strafkamer van de Hoge Raad waarbij de Hoge Raad heeft beslist dat het opzettelijk doen van onjuiste aangifte geen kwaliteitsdelict is. Benieuwd wat ik daar over zeg?

Lees het hier

 

informatiebeschikking

Motivering van een vergrijpboete: zo moet het niet

In mijn praktijk zie ik regelmatig vergrijpboetes voorbijkomen. De belastingdienst moet bewijzen dat het beboetbare feit door de belastingplichtige is begaan.

Als de belastingdienst voornemens is een vergrijpboete op te leggen dan moet dat voornemen aan de belastingplichtige kenbaar worden gemaakt en daarbij moeten hem de gronden waarop de boete berust worden medegedeeld.

De mededelingsplicht ziet in ieder geval op de feitelijke gedraging, maar ik vind dat deze mededelingsplicht ook zou moeten gelden voor de mededeling van de wettelijke bepaling waarop de boete berust. De belastingrechter gaat wat dat laatste betreft meestal niet zover.

Worden de feitelijke gronden niet of niet uiterlijk bij de boeteoplegging medegedeeld dan moet de boete worden vernietigd. Wordt een onjuiste wettelijke bepaling vermeld dan krijgt de belastingdienst van de belastingrechter vaak een herkansing.

Ook al is het huidige boeterecht alweer meer dan 20 jaren oud, het is kennelijk toch lastig om de gronden waarop de boete berust goed mede te delen. Hieronder een paar voorbeelden van hoe het volgens mij niet zou moeten:

-De omzetbelasting is niet betaald en dat is slordig. Slordigheid kwalificeert juridisch als grove schuld.

-Verweten wordt de belastingplichtige dat de aangifte opzettelijk onjuist of onvolledig is gedaan terwijl de boete ziet op het niet betalen van een aangiftebelasting.

-Het ontvangen van omzet op de prive rekening van de ondernemer/eenmanszaak. Dat is een laakbare slordigheid dat kwalificeert als opzet.

– Er is te weinig omzetbelasting betaald en daarom wordt er een boete opgelegd op grond van artikel 67e AWR.

-Boete wordt opgelegd aan een reeds ontbonden VOF. In beroep wordt de boete dan toch vernietigd.

Hebt u vragen over de mededeling van de gronden van de boete of hebt u andere vragen over het formele belastingrecht. Laat het ons weten via 020 2441622 of via info@taxstudio.nl

 

Groeten van Tax Studio

 

retour-afzender

Terugblik najaar 2019; Wat mag u niet gemist hebben?

2020 is van start. Daarom zetten wij voor u nog even op een rij welke 4 uitspraken – op het gebied van formeel belastingrecht – u niet gemist mag hebben.

 -Tweede verwijzing in de (anonieme) tipgeverszaak (klik hier voor de uitspraak)
In deze uitspraak neemt de Hoge Raad meerdere beslissingen, waaronder de volgende. In geval de gegevens afkomstig zijn van een anonieme tipgever en de Belastingdienst weigert de identiteit van de tipgever bekend te maken, kan de belastingrechter de belastingaanslagen niet vernietigen enkel omdat onzekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de anonieme tipgever. De belastingrechter zal (ook) onderzoek moeten doen naar de betrouwbaarheid van de gegevens waarop de belastingaanslag is gebaseerd. In deze zaak kunnen de door de tipgever verstrekte gegevens worden gebruikt.

Stichting museumjaarkaart (Klik hier voor de uitspraak)
In een kort geding heeft de rechter beslist dat de Belastingdienst gegevens mag opvragen bij Stichting Museumjaarkaart over een klant.Voor de Belastingdienst kan de hoeveelheid bezoeken aan een museum door een belastingplichtige een aanknopingspunt zijn dat de woonplaats mogelijk in Nederland is.

-Cautieverplichting (Klik hier voor de uitspraak)
De Hoge Raad beslist in deze uitspraak onder meer dat de cautie moet worden gegeven in alle gevallen waarin mondelinge vragen worden gesteld over fiscale boete(s).
De cautie is de mededeling dat de belastingplichtige op vragen over de boete geen antwoord hoeft te geven.
De Hoge Raad beslist voorts in deze zaak dat het niet geven van de cautie niet altijd tot bewijsuitsluiting hoeft te leiden.
In deze zaak was de cautie niet gegeven maar blijft het verzuim zonder gevolgen, voornamelijk omdat het bewijs niet op een afgelegde verklaring is gebaseerd.

-Gebruik verkregen informatie voor ander doeleinde, geen misbruik (Klik hier voor de uitspraak)
In deze uitspraak wijst de Hoge Raad op een eerder gewezen uitspraak. In deze uitspraak heeft de Hoge Raad beslist dat informatie die is opgevraagde door de Belastingdienst ook voor andere fiscale aangelegenheden kan worden gebruikt. Volgens de Hoge Raad levert dit geen misbruik van bevoegdheden op.

 

 

 

 

 

belastingcontrole

Hoger beroep, of niet? Welke afweging moet u maken?

 

In mijn vorige blog ben ik ingegaan op het instellen van beroep bij de belastingrechter. In deze blog schreef ik dat u weinig risico loopt als u beroep instelt. Ik gaf aan dat door het instellen van beroep bij de belastingrechter uw positie niet kan verslechteren. Met andere woorden de belastingaanslag kan gelijk blijven of omlaag, maar niet worden verhoogd. Wordt dit anders als u hoger beroep wilt gaan instellen?

“Ja dit wordt anders, maar dit hangt af van de uitkomst die u hebt behaald bij de rechtbank”.

Waarom? Dat leg ik hieronder aan u uit.

Als u bij de rechtbank onverhoopt op geen enkel punt gelijk hebt gekregen dan zult u zonder risico hoger beroep kunnen instellen. U hebt in hoger beroep meer te winnen dan te verliezen. U kunt de belastingaanslag of de boete in volle omvang bestrijden. De hoger beroepsprocedure verloopt op dezelfde wijze als het beroep.

Dit kan echter anders worden als u gedeeltelijk gelijk hebt gekregen van de rechtbank.
In hoger beroept loopt u dan het risico dat de belastingaanslag die in de beroepsprocedure voor een (groot) deel is verminderd in hoger beroep weer herleeft.
De belastingaanslag kan niet op een hoger bedrag uitkomen dan het bedrag waarop het in eerste instantie is vastgesteld. Is de belastingaanslag naar aanleiding van het bezwaar verminderd dan geldt het bedrag na vermindering als uitgangspunt.

Ook is het mogelijk dat de vernietiging van een boete door de rechtbank in hoger beroep kan worden teruggedraaid. De inspecteur moet dan wel zelf tegen de vernietiging van de boete hoger beroep hebben ingesteld.

Komt u niet in hoger beroep maar de inspecteur wel, dan kunt er ten opzichte van de uitspraak van de rechtbank er niet op vooruitgaan.

Wilt u meer weten over hoger beroep of de risico’s die u daarbij mogelijk loopt, neem dan contact met ons op via 020 244 16 22 of via info@taxstudio.nl

mag-belastingdienst-dat-vragen

Ondernemer voor de inkomstenbelasting? Waar moet u op letten bij het bijhouden van de administratie?

Bent u ondernemer voor de inkomstenbelasting? En hebt u moeite met het bijhouden van de administratie? Hieronder geef ik 5 tips hoe u dit eenvoudig kunt aanpakken.

1.Open een zakelijke bankrekening
Voor zogenoemde IB-ondernemers is het op zichzelf niet verplicht om een zakelijke bankrekening te openen. Wel is het verstandig om dat te doen. Het is niet alleen overzichtelijk, maar het verkleint ook de kans op fouten, zoals het vergeten van omzet of kosten.
2. Bewaar uw administratie goed
U bent verplicht uw administratie 7 jaren te bewaren. De administratie betreft alle gegevens die betrekking hebben op uw onderneming en omvat naast ver- en inkoopfacturen, bijvoorbeeld ook agenda’s, offertes, overeenkomsten en bankafschriften. Zorg dat u losse bonnen goed bewaart. U kunt bijvoorbeeld gebruik maken van een app op uw telefoon. Zorg er wel voor dat deze raadpleegbaar blijven door bijvoorbeeld regelmatig een back-up te maken.
3. Sub administraties
Ontvangt u inkomsten contant? Houdt dan ook dagelijks een kasadministratie bij. U kunt dat bijvoorbeeld doen door een kassa te gebruiken en deze dagelijks af te slaan. Ook eventueel door de kassa bewaarde detailgegevens behoren tot de administratie.
Rijdt u in een auto van de zaak en rijdt u daarin niet privé. Neem dan een verklaring geen privé-gebruik auto in uw administratie op en houdt een sluitende kilometeradministratie bij! Hiervoor zijn ook diverse toepassingen te koop.
4. Houdt het aantal gewerkte uren bij
Om te voorkomen dat er een discussie met de Belastingdienst ontstaat over de toepassing van de ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, is het belangrijk om een urenadministratie bij te houden. U bent vrij in de wijze waarop u dat bijhoudt, bijvoorbeeld in een Excel bestand. Als het maar overzichtelijk en volledig is.
5. Verzoek om een voorlopige aanslag
Vraag een voorlopige aanslag voor het lopende jaar. Zo voorkomt u dat achteraf een hoge aanslag ineens moet betalen. De aanvraag kunt u doen via de website van de Belastingdienst. De voorlopige aanslag mag in één keer of in maandelijkse termijnen worden voldaan.

belastingcontrole

Het instellen van beroep; wat brengt dat met zich mee?

-Wat is het risico als u beroep instelt?
U loopt weinig risico, door het instellen van beroep kan uw positie niet verslechteren.
Met andere woorden de belastingaanslag kan gelijk blijven of omlaag, maar niet worden verhoogd.

Als het beroep gegrond is, dan hebt u recht op een vergoeding van de reiskosten op basis van de tarieven die gelden voor het openbaar vervoer 2e klas.
Daarnaast hebt u als sprake is van een gegrond beroep recht op een vergoeding omdat u door de aanwezigheid bij zitting inkomsten bent misgelopen, de zogeheten verletkosten.
Wordt u bijgestaan door een gemachtigde dan worden bij een gegrond beroep ook een deel van die kosten vergoed.
Mocht u het beroep onverhoopt verliezen dan wordt u niet in de kosten van de Belastingdienst veroordeeld.

-Hoe stelt u beroep in?
U kunt binnen 6 weken na de dag van de dagtekening van de uitspraak op bezwaar beroep instellen bij de rechtbank. In de uitspraak kunt u lezen bij welke rechtbank u dat moet doen.

Bent u ondernemer? Voeg dan naast een kopie van de uitspraak op bezwaar ook altijd een kopie van het uittreksel van het handelsregister uit de Kamer van Koophandel bij.

U kunt het beroep het beste per aangetekende post aan de rechtbank versturen. U hebt dan altijd een bewijs wanneer het is verzonden en wanneer het door de rechtbank is ontvangen. U ontvangt van de rechtbank wel een ontvangstbevestiging maar die kan wel even op zich laten wachten.

-Hoe verloopt meestal de (verdere) beroepsprocedure?
Hebt u bij het instellen van beroep direct aangegeven waarom u het niet met de uitspraak van de Belastingdienst eens bent, dan zal de rechtbank het beroep direct doorsturen aan de Belastingdienst met daarbij het verzoek een reactie in de vorm van een verweerschrift in te dienen. Daarbij moet de Belastingdienst ook alle stukken meesturen die zich in zijn dossier bevinden.

Hebt u niet direct aangegeven waarom u het met de uitspraak niet eens bent dan zal de rechtbank u, voordat het wordt doorgestuurd, eerst gelegenheid geven de gronden van het beroep aan te geven. Doet u dat binnen de verleende termijn van meestal 4 weken anders wordt u beroep niet in behandeling genomen.

Nadat de rechtbank het verweerschrift met stukken van de Belastingdienst heeft ontvangen, zal het aan u worden toegestuurd. U kunt hierop schriftelijk reageren maar u kunt daarmee ook wachten tot de mondelinge behandeling.

Alleen als u nog nadere stukken anders dan uw reactie wilt indienen kunt u dat tot uiterlijk 11 dagen voor de zitting probleemloos doen. Daarna kan de rechter de stukken weigeren.

-Wat kunt u verwachten bij een zitting?
Als het dossier compleet is wordt er een mondelinge behandeling gepland. Wanneer de zaak zal worden behandeld, hangt meestal af van hoeveel zaken er nog bij de rechtbank op de plank liggen.

De meeste belastingzaken worden bij de rechtbank behandeld door één rechter en een griffier. Uiterlijk 3 weken voor de mondelinge behandeling ontvangt u een uitnodiging met daarin vermeld datum, tijdstip en adres waar het beroep wordt behandeld. Meestal vermeldt de uitnodiging ook de naam van de rechter die de zaak zal behandelen.

Bij aankomst bij het Paleis van Justitie kunt u zich melden bij de receptie en wordt aangegeven bij welk balienummer u moet zijn. Daarna volgt een security check en kunt u doorlopen naar de bodebalie.
Bij deze balie bevindt zich een bode waar u zich kunt melden. De bode zal uw naam noteren en u roepen als de zaak begint. Hij zal daarbij aangeven in welke zaal de zaak wordt behandeld.

Bij binnenkomst zal de rechter u aanwijzen waar u kunt plaatsnemen. Als iedereen zit en is uitgepakt zal de rechter de mondelinge behandeling openen en nagaan wie er namens partijen is verschenen.

Tijdens de zitting krijgt u gelegenheid om het beroep nader toe te lichten, dat kunt u doen door middel van een pleitnota/schriftelijk stuk dat u hebt voorbereid maar mag ook zonder, gewoon uit de losse pols.
De inspecteur krijgt vervolgens gelegenheid om op de toelichting te reageren.

Mochten er nog onduidelijkheden zijn in het dossier dan zal de rechter vragen stellen aan de Belastingdienst, aan u of aan beiden. Daarna mogen beide partijen nog eenmaal reageren waarna de rechter het onderzoek ter zitting zal sluiten. De rechter geeft daarbij aan binnen welke termijn een uitspraak volgt. Meestal gebeurt dat schriftelijk binnen 6 weken na de zitting.

Wilt u meer weten over de beroepsprocedure of de risico’s die u daarbij mogelijk loopt, neem dan contact met ons op via 020 244 16 22 of via info@taxstudio.nl

Groeten van Tax Studio

 

retour-afzender

Prinsjesdag 2019; Wat viel op?

-inkeerregeling
Vanaf 1 januari 2020 zal de inkeerregeling (nog) verder worden beperkt. Inkeer is vanaf die datum alleen nog mogelijk voor box I inkomen.

-openbaarmaking vergrijpboeten opgelegd aan belastingadviseurs
Het conceptwetsvoorstel waarin de mogelijkheid wordt geopend aan belastingadviseurs opgelegde vergrijpboetes openbaar te maken, is tijdens Prinsjesdag gepresenteerde plannen aangescherpt ten gunste van de beboete belastingadviseur.

Openbaarmaking is straks alleen mogelijk als sprake is van opzet. Vergrijpboetes wegens grove schuld kunnen dus niet openbaar worden gemaakt.
Ook kan een vergrijpboete alleen openbaar worden gemaakt als de boete is opgelegd wegens medeplegen. Boetes wegens andere deelnemingsvormen zoals medeplichtigheid kunnen ook niet openbaar worden gemaakt.
Voorts vermeldt het wetsvoorstel dat publicatie zal plaatsvinden op de website van de Belastingdienst en vermeldt het dat de melding 5 jaren op de site zichtbaar zal zijn.

De spontane aangifte
Op Prinsjesdag is voorts de wettelijke status voor de ‘spontane’ aangifte geïntroduceerd.
Een spontane aangifte komt er – kort gezegd – op neer dat door belastingplichtige een aangifte wordt ingediend, zonder daartoe te zijn uitgenodigd.
In beginsel levert dit geen problemen op, tenzij een aangifte onjuist is gedaan. De inspecteur kan dan geen gebruik maken van zijn bevoegdheden, zoals het opleggen van een (vergrijp)boete of het toepassen van de omkering en verzwaring van de bewijslast.
Om te voorkomen dat de inspecteur met lege handen staat, zal de spontane aangifte in de wet daarom dezelfde status krijgen als een verplichte aangifte.

Keuzeregeling elektronisch verkeer
Vanaf 1 januari 2020 komt de wetgever terug op de verplichting via elektronische weg met de Belastingdienst te communiceren. Daarvoor in de plaats komt een keuzeregeling
Dat betekent concreet dat belastingplichtige voortaan kan kiezen of hij elektronisch of per post bereikbaar is. Voor ondernemers wijzigt er niets, zij moeten de digitale weg blijven volgen.

Wilt u meer weten over de gepresenteerde plannen of over andere belastingonderwerpen, neem dan contact met ons op via 020 244 16 22 of via info@taxstudio.nl

 

weigeren van een gemachtigde; wanneer kan de belastingrechter daartoe overgaan?

Volgens de Algemene wet bestuursrecht kan de belastingrechter tot weigering van een gemachtigde overgaan als tegen die persoon ernstige bezwaren bestaan. Wanneer is daarvan sprake?

Een belastingplichtige is beginsel vrij in zijn keuze van een gemachtigde. Hij bepaalt zelf door wie hij zich laat vertegenwoordigen.  De bepaling in de wet is er niet voor bedoelt om ‘lastige’ gemachtigde buiten spel te zetten. Weigering van een gemachtigde vindt tot op heden niet vaak plaats. De rechter gaat daar terecht terughoudend mee om.

Van ernstige bezwaren is volgens de rechtspraak bijvoorbeeld sprake als een gemachtigde:

– in een procedure gebruik maakt van vervalste documenten;

– in een procedure tegen B, partij A bijstaat en daarna in een procedure tegen A, partij B   bijstaat;

– door de strafrechter is veroordeeld tot een beroepsverbod;

– zich herhaaldelijk onnodig grievend uitlaat.

De meest recente uitspraak op dit punt is de tussenuitspraak van de belastingkamer van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 16 augustus 2019. In deze tussenuitspraak weigert het Hof de gemachtigde omdat hij zich onnodig grievend uitlaat en weigert zijn taalgebruik aan te passen. Het Hof geeft hem te kennen de zeer beledigende uitlatingen ten aanzien van onder meer de Hoge Raad, de rechtspraak in het algemeen en de Belastingdienst niet langer te dulden. De gemachtigde trekt zijn uitlatingen echter niet in waarna het Hof tot weigering van de gemachtigde overgaat. Het Hof geeft daarbij aan dat met de weigering een legitiem doel wordt nagestreefd, namelijk het waken voor onnodige en ernstige verstoring van de gang van zaken van de procedure bij het Hof. De behandeling en uitkomst van het hoger beroep van de belastingplichtige zijn ook totaal niet gebaat bij dergelijk taalgebruik.

De beslissing legt het Hof neer in een tussenuitspraak. De belastingplichtige krijgt daarbij de mogelijkheid om een nieuwe gemachtigde aan te wijzen. De wet schrijft niet voor dat de beslissing een gemachtigde te weigeren schriftelijk moet worden gedaan. De weigering kan dus bijvoorbeeld ook mondeling tijdens een zitting worden gedaan. Al heeft het wat mij betreft wel de voorkeur om de weigering schriftelijk te doen zodat hierover geen discussie kan ontstaan. Ook een aan de weigering voorafgaande waarschuwing volgt niet rechtstreeks uit de wet, maar ligt wel voor de hand. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit in 2006 ook al eens beslist. Advocaten kunnen niet door de belastingrechter worden geweigerd. Advocaten zijn onderworpen aan het tuchtrecht en kunnen via die weg worden bestraft.

Wilt u meer weten over het weigeren van een gemachtigde over andere belastingonderwerpen, neem dan contact met ons op via 020 244 16 22 of via info@taxstudio.nl

 

Groeten van Tax Studio

Fiscaal-recht

Beroepsverbod of publicatie van een boete? Wat hebt u liever?

De afgelopen 10 jaren zijn er steeds meer mogelijkheden gekomen om belastingadviseurs te straffen als zij in de uitoefening van hun strafbare en/of beboetbare feiten begaan.

Zo is het sinds de invoering van de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht in juli 2009 mogelijk om naast de belastingplichtige ook de betrokken belastingadviseur te beboeten, bijvoorbeeld als medepleger. Voorts kan de strafrechter sinds april 2010 een belastingadviseur naast een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf of taakstraf als bijkomende straf een beroepsverbod opleggen. Dit mede om te voorkomen dat de belastingadviseur zijn beroep verder misbruikt om nog meer strafbare feiten te begaan.

Sinds juli 2015 is daarbij gekomen dat de inzet van het strafrecht in geval van belastingfraude niet langer ultimum remedium is maar nevengeschikt is aan de andere handhavingsmogelijkheden. Dat betekent dat eerder tot strafrechtelijke vervolging wordt overgegaan. In ieder geval is strafrechtelijke vervolging aan de orde als sprake is van opzet en het benadeelde bedrag €100.000 of meer bedraagt. Is het benadeelde bedrag lager dan €100.000 dan kan strafrechtelijke vervolging toch in beeld komen als andere wegingscriteria een rol spelen, zoals de medewerking van een belastingadviseur.

Eind 2018 is een conceptwetsvoorstel gepubliceerd waarin de mogelijkheid wordt geopend om vergrijpboeten opgelegd aan belastingadviseurs openbaar te maken. Openbaarmaking heeft volgens de wetgever een preventieve werking en een waarschuwingsfunctie. De belastingplichtige wordt geïnformeerd over de overtreding die door de belastingadviseur is begaan.

Maar hoe zit het met een door de strafrechter opgelegd beroepsverbod? Hoe weet een belastingplichtige dat een belastingadviseur een beroepsverbod opgelegd heeft gekregen? Op welke wijze wordt het beroepsverbod gehandhaafd?

Het opleggen van een beroepsverbod wordt niet openbaar gemaakt. Een belastingplichtige kan dus niet nagaan of aan een belastingadviseur een beroepsverbod is opgelegd. Ook wordt er niet of nauwelijks gehandhaafd, dat betekent dat een belastingadviseur die een beroepsverbod opgelegd heeft gekregen vrij risicoloos kan doorwerken.

Waarom dan wel het voornemen om een aan een belastingadviseur opgelegde vergrijpboete openbaar te maken? Ik vind dit vreemd aangezien de ‘zwaardere’ gevallen voor de strafrechter worden gebracht en de ‘lichtere’ feiten worden beboet.

Het voornemen van de wetgever om een vergrijpboete opgelegd aan een belastingadviseur openbaar te maken, begrijp ik dan ook niet zo goed. Het ligt wat mij betreft meer voor de hand om eerst werk te maken van het handhaven van een opgelegd beroepsverbod.

Hebt u vragen over dit onderwerp of andere onderwerpen? Neemt u dan gerust contact op via info@taxstudio.nl of 020 244 1622.

Groeten van Tax Studio

bezwaar-tegen-afwijzing-ambtshalve-vermindering

Boetebeschikking niet gehad? Bewijs het maar

Als de Belastingdienst bij de belastingaanslag een boete oplegt, kan daartegen binnen 6 weken bezwaar worden gemaakt. Wordt een bezwaar niet binnen die termijn ingediend dan moet eerst de vraag worden beantwoord, waarom het bezwaar niet tijdig is.

Als de betrokkene aangeeft het aanslagbiljet met de boete niet te hebben gehad waardoor niet tijdig bezwaar kon worden gemaakt dan gold tot het arrest van de Hoge Raad van 5 juli 2019 dat van de juistheid van die stelling moest worden uitgegaan tenzij de onjuistheid daarvan kwam vast te staan. Dit om de toegang tot de rechter voor de boete te waarborgen. Dit kon tot de vreemde situatie leiden dat, hoewel boete en belastingaanslag op een biljet staan, het bezwaar tegen de belastingaanslag te laat was en inhoudelijk niet werd behandeld terwijl het bezwaar tegen de boete wel als tijdig werd aangemerkt. Dit werd in fiscale termen ook wel de partiele ontvankelijkheid genoemd.

Vorige week heeft de Hoge Raad beslist het niet langer noodzakelijk te vinden hierin onderscheid te maken en voor bezwaar- en beroepschriften tegen boetes die worden ingediend op of na 1 augustus 2019 geldt van die datum dezelfde bewijsregel als voor belastingaanslagen. Deze bewijsregel luidt als volgt: Indien de inspecteur over het juiste adres beschikt en aannemelijk is dat het aanslagbiljet per post is verzonden, rechtvaardigt dat het vermoeden van ontvangst. Indien de ontvangst redelijkerwijs moet worden betwijfeld, moet de inspecteur met meer bewijs komen en dat heeft hij meestal niet. De Hoge Raad geeft daarbij aan dat een geloofwaardige ontkenning dat het aanslagbiljet is ontvangen voldoende kan zijn. Ander bewijs dan een ontkenning is er natuurlijk ook niet.

Voor de betrokkene geldt dat na dit arrest het minder zeker is dat een bezwaar of beroep tegen een boete inhoudelijk wordt behandeld als het niet binnen de termijn is ingediend omdat het aanslagbiljet niet is ontvangen. Het bezwaar of beroep wordt alleen inhoudelijk behandeld als de inspecteur en daarna de belastingrechter geloven dat het biljet niet door de betrokkene is ontvangen. Probleem is dat inspecteur en belastingrechter er naar mijn mening te snel vanuit gaan dat het wel zou zijn ontvangen. De meeste post komt immers aan. Hierdoor wordt nu eerder dan voorheen het risico gelopen dat een opgelegde boete in stand blijft omdat een bezwaar of beroep wegens termijnoverschrijding niet wordt behandeld.

Ik zou ervoor willen pleiten dat Belastingdienst en rechters belastingplichtigen gewoon geloven als deze van begin af aan aangeven het biljet niet te hebben gehad. Waarom niet? Het is niet zo dat de opgelegde boete dan moet worden vernietigd. Het geeft hem alleen recht op een inhoudelijke behandeling van zijn zaak. Daarvoor is het bezwaar en beroep toch ook bedoeld?

Hebt u vragen over dit arrest of over andere belastingaangelegenheden? Neemt gerust contact met ons op via 020 2441622.

 

Groeten van Tax Studio