Wanneer ben je zzp’er en wanneer ben je werknemer?

Veel zzp’ers werken vaak als freelancer een aantal dagen per week voor een opdrachtgever. Daarnaast hebben ze misschien nog een paar kleinere opdrachtgevers, maar als de grote opdrachtgever wegvalt, valt ook een groot deel van de inkomsten weg.

Ben je in zo’n geval eigenlijk wel ondernemer?

Dat is nog maar zeer de vraag.  Er is sprake van een arbeidsovereenkomst als er sprake is van arbeid, loon en een gezagsverhouding. Of sprake is van een overeenkomst van opdracht of een arbeidsovereenkomst is voornamelijk afhankelijk van het antwoord op de vraag of sprake is van een gezagsverhouding. Daarbij is onder meer van belang of er sprake is van een afhankelijke positie van de werkende. De zzp’er/freelancer met een grote opdrachtgever en wellicht een aantal kleinere, is in ieder geval in economische zin afhankelijk van de opdrachtgever.

In het belastingrecht zijn hierover momenteel nauwelijks zaken omdat sinds de afschaffing van de VAR-verklaring (Wet DBA) niet of nauwelijks wordt gehandhaafd.

Waar in belastingprocedures de betrokkene veelal verdedigt ondernemer te zijn om via die weg toegang te krijgen tot de ondernemersfaciliteiten, zie je in arbeidsrechtelijke procedures het tegenovergestelde. Het betreft zzp’ers/freelancers die claimen in dienstbetrekking te zijn.

Afgelopen november 2020 heeft de civiele kamer van de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen over de beoordeling van een (arbeids)overeenkomst. Of er sprake is van een arbeidsovereenkomst hangt – kort gezegd -niet af van de bedoeling van partijen. Ook als partijen een overeenkomst van opdracht hebben willen sluiten, kan er dus sprake zijn van een arbeidsovereenkomst. Wat zijn de gevolgen dit arrest?

In de nieuwste podcast van Tax Studio spreek ik hier uitgebreid over met Freek Snippers, arbeidsrecht advocaat bij HDK advocaten te Amsterdam.

Wil je meer weten over het arrest? Klik dan hier om de podcast te beluisteren.

Heb je vragen naar aanleiding van deze blog of de podcast? Neem gerust contact met mij op via info@taxstudio.nl.

Groeten,

Diana Jansen

Hoe kan het dat de belastingdienst zo snel tot belastingfraude concludeert?

Op woensdag 27 januari 2021 stuurt de staatssecretaris van Financiën een brief aan de Tweede Kamer met het onderwerp “Stand van zaken, Herstellen, Verbeteren, Borgen (HVB).Het betreft een brief in een lopend traject over de fraudeaanpak binnen de belastingdienst. Naar aanleiding van deze brief was in diverse media al te lezen dat ook in de inkomstenbelasting snel tot belastingfraude wordt geconcludeerd.

Hoe kan dit gebeuren?

Uit diverse stukken van de staatssecretaris van Financiën leid ik kort het volgende af. De belastingdienst maakt volgens het Ministerie van Financiën gebruik van diverse applicaties om fraude te signaleren, daarnaast worden signalen verkregen via derden. Deze gegevens worden onder meer geregistreerd in de Fraude Signaleringsvoorziening (FSV).

Naast het feit dat deze applicaties niet allemaal voldeden aan wet- en regelgeving, zoals de privacywetgeving, leidde registratie in de FSV er volgens de brief van de staatssecretaris van 27 januari 2021 er ook toe dat bij een ‘melding fraudepost’ en belastingschulden van meer dan €10.000 de betrokkene niet meer in aanmerking kwam voor een minnelijke schuldsanering. Hierbij werd dus niet verder onderzocht of deze kwalificatie wel juist was. De belastingdienst ging ervan uit dat de belastingplichtige niet te goeder trouw was.

De registratievoorziening werd een soort van zwarte lijst. Een andere lijst die mogelijk als zwarte lijst fungeerde, betreft de lijst die is ontstaan via het project met code 1043. Het project richt zich op controle van risicovolle aangiften. Onder meer werd gecontroleerd of opgevoerde aftrekposten konden worden onderbouwd.Op zichzelf ben ik daar niet op tegen, maar als dat bewijs niet kan worden geleverd, levert dat volgens de belastingrechtspraak op zichzelf geen opzet op. Kennelijk werden de aangiften van deze belastingplichtigen ook in de jaren daarna intensief gecontroleerd. De staatssecretaris meldt in zijn brief van 27 januari 2020 dat het project tijdelijk is stopgezet om waarborgen te creëren, waaronder een verbeterde werkinstructie.

Het gebruik van registraties en applicaties kunnen nuttig zijn bij het opsporen van belastingfraude, daar zal denk ik niemand op tegen zijn, mits het systeem voldoet aan de wettelijke eisen uiteraard, zoals de privacywetgeving. Het probleem is denk ik niet zozeer de inzet van die systemen maar het gebruik daarvan. Wanneer wordt iemand in het systeem opgenomen en waarvoor worden die gegevens gebruikt?

Het valt op dat steeds ‘de werkinstructies’ de boosdoeners zouden zijn. Het zouden die instructies zijn die leiden tot de ongeoorloofde behandelingen. Wie stelt die werkinstructies op? Zijn dit mensen die weten hoe wet- regelgeving en belastingrechtspraak in elkaar zitten?  Wie zijn die mensen die deze instructies (klakkeloos?) uitvoeren? Misschien moet je er werken om het te kunnen begrijpen, maar ik kan dit echt niet volgen. Hopelijk komt hier heel rap een einde aan, want dit is echt totaal onacceptabel.

Meer weten over belastingfraude. Laat het me weten via jansen@taxstudio.nl.

Groeten, Diana Jansen

Kan je strafrechtelijk worden vervolgd voor het te laat betalen van een belastingschuld?

Het antwoord hierop is ‘Ja, dat kan’. Je kan strafrechtelijk worden vervolgd als je je belastingschuld niet op tijd betaald.Gebeurt dat vaak? Tot op heden niet maar de bepaling is nog betrekkelijk nieuw. Betrekkelijk nieuw kan je uitleggen als een paar jaar oud. Ik ken een uitspraak van de strafrechter waarbij de verdachte daarvoor is veroordeeld.

Hoe kan je dat voorkomen? Naast gewoon op tijd betalen uiteraard, kan je mogelijke vervolging voorkomen door tijdig uitstel van betaling te vragen bij de belastingdienst. Is het een schuld van een BV dan kan je strafrechtelijke vervolging voorkomen door tijdig betalingsonmacht te melden. Deze mededeling moet worden gedaan uiterlijk 2 weken nadat de belastingschuld had moeten zijn betaald.

In de zaak waarin de verdachte werd veroordeeld, werd door de strafrechter geen straf opgelegd. De verdachte had het strafbare feit wel begaan en was ook strafbaar, alleen in de parlementaire toelichting wordt aangegeven dat de bepaling wordt ingevoerd voor de kwaadwillende belastingfraudeur en dat vond de strafrechter hier toch niet aan de orde.

Hoe de toepassing van deze bepaling zich in de toekomst zal ontwikkelen, is afwachten. Ik verwacht geen hausse aan zaken hierover. Zeker nu niet, in corona tijd.

Waarom besteed ik hier dan aandacht aan? Het is goed om je ervan bewust te zijn dat die mogelijkheid er wel is. Mocht je een belastingschuld niet kunnen betalen, meldt dat dan en vraag uitstel van betaling.

Wil je meer weten over wat je kunt of moet doen als je betalingsproblemen hebt? Neem contact met me op via info@taxstudio.nl of 020 244 16 22

Groeten,

Diana Jansen

Toeslagellende: Is er al iets veranderd?

Al kort na de invoering van het toeslagensysteem ergens in 2005/2006 noemde ik het de toeslagellende. Iedereen kon zonder enige vorm van controle toeslagen aanvragen en geld ontvangen. Makkelijker nog dan BTW-fraude want daar moet je nog een vals factuurtje voor opmaken. Ik had al snel dit wordt niet mijn ding. Dit kon namelijk niet goed gaan aflopen en dat deed het ook niet. Via de Bulgaren fraude werd dit ook steeds meer zichtbaar.

Dat het op een andere ook helemaal uit de hand zou lopen, had ik niet kunnen bedenken. De afgelopen twee weken zijn belastingdienstmedewerkers en (oud) bewindspersonen door een parlementaire commissie gehoord over de toeslagenaffaire. Ik heb lang niet alles gezien maar duidelijk is me wel geworden dat signalen niet werden gezien en opgepakt door de verantwoordelijke personen. Ik ben benieuwd naar de bevindingen van de commissie.

Mijn ervaringen als fiscaal advocaat met de Belastingdienst zijn overwegend positief. Meestal is er sprake van goede en vlotte communicatie en enthousiaste en gedreven ambtenaren. Je hebt weleens een mindere ervaring maar waar heb je dat niet. Een procedure tegen de Belastingdienst Toeslagen is helaas van geheel andere orde.

In 2015 raak ik als advocaat betrokken bij de zaak die uiteindelijk zal leiden tot de uitspraak van de Raad van State van 23 oktober 2019. De zaak ligt in 2015 al 5 jaren stil. Mijn cliente, een moeder van 5 kinderen, wil duidelijkheid. Het duurde even maar het lukt mij uiteindelijk om iemand binnen de Belastingdienst Toeslagen te vinden die de zaak wel wil behandelen. Al snel wordt duidelijk dat van een betonnen muur meer reactie komt dan uit de Belastingdienst Toeslagen. Bij de rechtbank hetzelfde beeld. Je zag de rechter nog wel denken, dit zou toch niet moeten kunnen maar toen ik de rechtszaal uitliep, wist ik het al, die gaat me geen gelijk geven. Dan maar naar de Raad van State. De Belastingdienst Toeslagen zwaait met uitspraken die allemaal negatief zijn voor mijn cliënte. Ik heb niets te verliezen, dus “Who cares”. We moeten er een jaartje op wachten maar dan komt er een positieve uitspraak. De Belastingdienst Toeslagen mag niet zomaar alles terugvorderen. Cliënte blij en in tranen. Ik ontvang uit diverse hoeken felicitaties via telefoon en what’s app. Eind goed al goed? Kurk van de fles? blablabla Nee dus, de Raad van State wijst de zaak terug naar de Belastingdienst/Toeslagen en dan? Niets….

Waarom schrijf ik dit op? Omdat ik me afvraag of er al wezenlijk iets is veranderd bij de Belastingdienst Toeslagen. Ik hoor twee weken lang, buikpijn, het is zo erg en had nooit mogen gebeuren etc. Ik mag hopen dat ouders niet meer ten onrechte van fraude worden beschuldigd maar verder? Ik mis bij Belastingdienst Toeslagen nog steeds die leuke, enthousiaste en gedreven medewerkers waar ik wel bij de heffingskant van de Belastingdienst mee te maken heb. Je kan het gruwelijk met elkaar oneens zijn maar het is niet persoonlijk en dat hoeft een goed contact niet in de weg te staan. Hopelijk vindt er bij Belastingdienst Toeslagen snel een positieve verandering plaats.

Heb je vragen, ervaringen of opmerkingen? Laat het me weten hieronder of mail of bel me op jansen@taxstudio.nl / 06 414 76 999.

Uitstel van betaling voor door Corona virus getroffen ondernemers

Door de ontwikkelingen rondom het corona virus heeft het kabinet een aantal economische maatregelen aangekondigd bij brief aan de Tweede Kamer van 12 maart 2020.

Zo wordt het voor getroffen ondernemers makkelijker om een tijdelijk overbruggingskrediet te ontvangen en ondernemers die door het corona virus onvoldoende werk hebben voor werknemers kunnen een tijdelijke arbeidstijdverkorting aanvragen.

Op het gebied van belastingen worden de invorderingsregels tijdelijk soepeler toegepast. Mocht een ondernemer als gevolg van het corona virus tijdelijk de belastingen niet (tijdig) kunnen betalen dan kan zal de belastingdienst uitstel van betaling verlenen als de ondernemer schriftelijk motiveert dat de betalingsproblemen zijn ontstaan door het corona virus. Ook zal geen boete worden opgelegd wegens te laat betalen of zal deze worden teruggedraaid.

Verdere vermindering van de druk op de liquiditeiten kan worden verkregen door verlaging van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting over 2020. Verwacht u een lagere winst door het Corona virus dan kunt u om vermindering van de voorlopige aanslag verzoeken. De belastingdienst zal die verzoeken inwilligen.

Hebt u nog vragen over het corona virus en de gevolgen voor de belastingheffing of -inning? Neem dan gerust contact met ons op via info@taxstudio.nl of 020 244 16 22.

suppletie-aangifte-omzetbelasting

De inkeerregeling: op een rij…

Op 1 januari 2020 is de wettelijke inkeerregeling voor de inkomstenbelasting (verder) beperkt en is inkeren alleen nog mogelijk voor box I inkomen. Dit betekent dat u niet meer kunt inkeren voor box 2 en box 3 inkomen.

De inkeerregeling; wat is het ook alweer?
Als u in het verleden bijvoorbeeld niet al uw inkomsten hebt aangegeven, dan kunt u schoon schip maken door gebruik te maken van de inkeerregeling. De inkeerregeling houdt – kort gezegd – in dat u geen of een lagere boete krijgt dan wanneer de Belastingdienst u op het spoor komt.

Inkomstenbelasting
Inkeren voor de inkomstenbelasting is vanaf 1 januari 2020 dus alleen mogelijk voor box I inkomen. Keert u tijdig in dan kunt u over de eerste twee jaren geen boete krijgen, voor oudere jaren geldt inkeer als een boetematigende omstandigheid.
Bent u niet op tijd ingekeerd? Dan kunnen en zullen er bij de belastingaanslagen boetes worden opgelegd. Een te late melding kan ondanks dat deze te laat is toch tot een lagere boete leiden. De inkeer mogelijkheid is voor de inkomstenbelasting beperkt, maar dat geldt niet voor andere belastingen.

Aanslagbelastingen
De wettelijke inkeerregeling van artikel 67n van de AWR geldt voor alle aanslagbelastingen dus niet alleen voor de inkomstenbelasting maar bijvoorbeeld ook voor de vennootschapsbelasting. U kunt dus ook voor de vennootschapsbelasting inkeren. Daarvoor geldt anders dan bij de inkomstenbelasting geen verdere beperkingen behalve de tweejaarstermijn.

Aangiftebelastingen
Voor aangiftebelastingen geldt de wettelijke inkeerregeling van artikel 67n AWR niet. In beginsel kan dus onbeperkt worden ingekeerd.
Voor de omzetbelasting kennen we sinds 1 januari 2012 de verplichte inkeer. De belastingplichtige is namelijk vanaf die datum verplicht om te suppleren. Het niet, niet tijdig of niet op de voorgeschreven wijze inkeren levert ook een beboetbaar feit op.
Wordt tijdig ingekeerd dan kan geen vergrijpboete worden opgelegd. Er kan ook geen verzuimboete worden opgelegd als de te betalen belasting minder dan € 20.000 bedraagt of minder dan 10% van de reeds betaalde belasting.

Hebt u vragen over de inkeerregeling of over de op te leggen boete? Laat het ons weten via 020 244 16 22 of via info@taxstudio.nl

Fiscaal-recht

Interview Tax Live: verruiming strafrechtelijke vervolging belastingadviseur van de baan

Voor Tax Live ben ik door Marit Muller geinterviewd over het arrest van de strafkamer van de Hoge Raad waarbij de Hoge Raad heeft beslist dat het opzettelijk doen van onjuiste aangifte geen kwaliteitsdelict is. Benieuwd wat ik daar over zeg?

Lees het hier

 

informatiebeschikking

Motivering van een vergrijpboete: zo moet het niet

In mijn praktijk zie ik regelmatig vergrijpboetes voorbijkomen. De belastingdienst moet bewijzen dat het beboetbare feit door de belastingplichtige is begaan.

Als de belastingdienst voornemens is een vergrijpboete op te leggen dan moet dat voornemen aan de belastingplichtige kenbaar worden gemaakt en daarbij moeten hem de gronden waarop de boete berust worden medegedeeld.

De mededelingsplicht ziet in ieder geval op de feitelijke gedraging, maar ik vind dat deze mededelingsplicht ook zou moeten gelden voor de mededeling van de wettelijke bepaling waarop de boete berust. De belastingrechter gaat wat dat laatste betreft meestal niet zover.

Worden de feitelijke gronden niet of niet uiterlijk bij de boeteoplegging medegedeeld dan moet de boete worden vernietigd. Wordt een onjuiste wettelijke bepaling vermeld dan krijgt de belastingdienst van de belastingrechter vaak een herkansing.

Ook al is het huidige boeterecht alweer meer dan 20 jaren oud, het is kennelijk toch lastig om de gronden waarop de boete berust goed mede te delen. Hieronder een paar voorbeelden van hoe het volgens mij niet zou moeten:

-De omzetbelasting is niet betaald en dat is slordig. Slordigheid kwalificeert juridisch als grove schuld.

-Verweten wordt de belastingplichtige dat de aangifte opzettelijk onjuist of onvolledig is gedaan terwijl de boete ziet op het niet betalen van een aangiftebelasting.

-Het ontvangen van omzet op de prive rekening van de ondernemer/eenmanszaak. Dat is een laakbare slordigheid dat kwalificeert als opzet.

– Er is te weinig omzetbelasting betaald en daarom wordt er een boete opgelegd op grond van artikel 67e AWR.

-Boete wordt opgelegd aan een reeds ontbonden VOF. In beroep wordt de boete dan toch vernietigd.

Hebt u vragen over de mededeling van de gronden van de boete of hebt u andere vragen over het formele belastingrecht. Laat het ons weten via 020 2441622 of via info@taxstudio.nl

 

Groeten van Tax Studio

 

belastingcontrole

Hoger beroep, of niet? Welke afweging moet u maken?

 

In mijn vorige blog ben ik ingegaan op het instellen van beroep bij de belastingrechter. In deze blog schreef ik dat u weinig risico loopt als u beroep instelt. Ik gaf aan dat door het instellen van beroep bij de belastingrechter uw positie niet kan verslechteren. Met andere woorden de belastingaanslag kan gelijk blijven of omlaag, maar niet worden verhoogd. Wordt dit anders als u hoger beroep wilt gaan instellen?

“Ja dit wordt anders, maar dit hangt af van de uitkomst die u hebt behaald bij de rechtbank”.

Waarom? Dat leg ik hieronder aan u uit.

Als u bij de rechtbank onverhoopt op geen enkel punt gelijk hebt gekregen dan zult u zonder risico hoger beroep kunnen instellen. U hebt in hoger beroep meer te winnen dan te verliezen. U kunt de belastingaanslag of de boete in volle omvang bestrijden. De hoger beroepsprocedure verloopt op dezelfde wijze als het beroep.

Dit kan echter anders worden als u gedeeltelijk gelijk hebt gekregen van de rechtbank.
In hoger beroept loopt u dan het risico dat de belastingaanslag die in de beroepsprocedure voor een (groot) deel is verminderd in hoger beroep weer herleeft.
De belastingaanslag kan niet op een hoger bedrag uitkomen dan het bedrag waarop het in eerste instantie is vastgesteld. Is de belastingaanslag naar aanleiding van het bezwaar verminderd dan geldt het bedrag na vermindering als uitgangspunt.

Ook is het mogelijk dat de vernietiging van een boete door de rechtbank in hoger beroep kan worden teruggedraaid. De inspecteur moet dan wel zelf tegen de vernietiging van de boete hoger beroep hebben ingesteld.

Komt u niet in hoger beroep maar de inspecteur wel, dan kunt er ten opzichte van de uitspraak van de rechtbank er niet op vooruitgaan.

Wilt u meer weten over hoger beroep of de risico’s die u daarbij mogelijk loopt, neem dan contact met ons op via 020 244 16 22 of via info@taxstudio.nl

mag-belastingdienst-dat-vragen

Ondernemer voor de inkomstenbelasting? Waar moet u op letten bij het bijhouden van de administratie?

Bent u ondernemer voor de inkomstenbelasting? En hebt u moeite met het bijhouden van de administratie? Hieronder geef ik 5 tips hoe u dit eenvoudig kunt aanpakken.

1.Open een zakelijke bankrekening
Voor zogenoemde IB-ondernemers is het op zichzelf niet verplicht om een zakelijke bankrekening te openen. Wel is het verstandig om dat te doen. Het is niet alleen overzichtelijk, maar het verkleint ook de kans op fouten, zoals het vergeten van omzet of kosten.
2. Bewaar uw administratie goed
U bent verplicht uw administratie 7 jaren te bewaren. De administratie betreft alle gegevens die betrekking hebben op uw onderneming en omvat naast ver- en inkoopfacturen, bijvoorbeeld ook agenda’s, offertes, overeenkomsten en bankafschriften. Zorg dat u losse bonnen goed bewaart. U kunt bijvoorbeeld gebruik maken van een app op uw telefoon. Zorg er wel voor dat deze raadpleegbaar blijven door bijvoorbeeld regelmatig een back-up te maken.
3. Sub administraties
Ontvangt u inkomsten contant? Houdt dan ook dagelijks een kasadministratie bij. U kunt dat bijvoorbeeld doen door een kassa te gebruiken en deze dagelijks af te slaan. Ook eventueel door de kassa bewaarde detailgegevens behoren tot de administratie.
Rijdt u in een auto van de zaak en rijdt u daarin niet privé. Neem dan een verklaring geen privé-gebruik auto in uw administratie op en houdt een sluitende kilometeradministratie bij! Hiervoor zijn ook diverse toepassingen te koop.
4. Houdt het aantal gewerkte uren bij
Om te voorkomen dat er een discussie met de Belastingdienst ontstaat over de toepassing van de ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, is het belangrijk om een urenadministratie bij te houden. U bent vrij in de wijze waarop u dat bijhoudt, bijvoorbeeld in een Excel bestand. Als het maar overzichtelijk en volledig is.
5. Verzoek om een voorlopige aanslag
Vraag een voorlopige aanslag voor het lopende jaar. Zo voorkomt u dat achteraf een hoge aanslag ineens moet betalen. De aanvraag kunt u doen via de website van de Belastingdienst. De voorlopige aanslag mag in één keer of in maandelijkse termijnen worden voldaan.