weigeren van een gemachtigde; wanneer kan de belastingrechter daartoe overgaan?

Volgens de Algemene wet bestuursrecht kan de belastingrechter tot weigering van een gemachtigde overgaan als tegen die persoon ernstige bezwaren bestaan. Wanneer is daarvan sprake?

Een belastingplichtige is beginsel vrij in zijn keuze van een gemachtigde. Hij bepaalt zelf door wie hij zich laat vertegenwoordigen.  De bepaling in de wet is er niet voor bedoelt om ‘lastige’ gemachtigde buiten spel te zetten. Weigering van een gemachtigde vindt tot op heden niet vaak plaats. De rechter gaat daar terecht terughoudend mee om.

Van ernstige bezwaren is volgens de rechtspraak bijvoorbeeld sprake als een gemachtigde:

– in een procedure gebruik maakt van vervalste documenten;

– in een procedure tegen B, partij A bijstaat en daarna in een procedure tegen A, partij B   bijstaat;

– door de strafrechter is veroordeeld tot een beroepsverbod;

– zich herhaaldelijk onnodig grievend uitlaat.

De meest recente uitspraak op dit punt is de tussenuitspraak van de belastingkamer van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 16 augustus 2019. In deze tussenuitspraak weigert het Hof de gemachtigde omdat hij zich onnodig grievend uitlaat en weigert zijn taalgebruik aan te passen. Het Hof geeft hem te kennen de zeer beledigende uitlatingen ten aanzien van onder meer de Hoge Raad, de rechtspraak in het algemeen en de Belastingdienst niet langer te dulden. De gemachtigde trekt zijn uitlatingen echter niet in waarna het Hof tot weigering van de gemachtigde overgaat. Het Hof geeft daarbij aan dat met de weigering een legitiem doel wordt nagestreefd, namelijk het waken voor onnodige en ernstige verstoring van de gang van zaken van de procedure bij het Hof. De behandeling en uitkomst van het hoger beroep van de belastingplichtige zijn ook totaal niet gebaat bij dergelijk taalgebruik.

De beslissing legt het Hof neer in een tussenuitspraak. De belastingplichtige krijgt daarbij de mogelijkheid om een nieuwe gemachtigde aan te wijzen. De wet schrijft niet voor dat de beslissing een gemachtigde te weigeren schriftelijk moet worden gedaan. De weigering kan dus bijvoorbeeld ook mondeling tijdens een zitting worden gedaan. Al heeft het wat mij betreft wel de voorkeur om de weigering schriftelijk te doen zodat hierover geen discussie kan ontstaan. Ook een aan de weigering voorafgaande waarschuwing volgt niet rechtstreeks uit de wet, maar ligt wel voor de hand. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit in 2006 ook al eens beslist. Advocaten kunnen niet door de belastingrechter worden geweigerd. Advocaten zijn onderworpen aan het tuchtrecht en kunnen via die weg worden bestraft.

Wilt u meer weten over het weigeren van een gemachtigde over andere belastingonderwerpen, neem dan contact met ons op via 020 244 16 22 of via info@taxstudio.nl

 

Groeten van Tax Studio

Fiscaal-recht

Beroepsverbod of publicatie van een boete? Wat hebt u liever?

De afgelopen 10 jaren zijn er steeds meer mogelijkheden gekomen om belastingadviseurs te straffen als zij in de uitoefening van hun strafbare en/of beboetbare feiten begaan.

Zo is het sinds de invoering van de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht in juli 2009 mogelijk om naast de belastingplichtige ook de betrokken belastingadviseur te beboeten, bijvoorbeeld als medepleger. Voorts kan de strafrechter sinds april 2010 een belastingadviseur naast een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf of taakstraf als bijkomende straf een beroepsverbod opleggen. Dit mede om te voorkomen dat de belastingadviseur zijn beroep verder misbruikt om nog meer strafbare feiten te begaan.

Sinds juli 2015 is daarbij gekomen dat de inzet van het strafrecht in geval van belastingfraude niet langer ultimum remedium is maar nevengeschikt is aan de andere handhavingsmogelijkheden. Dat betekent dat eerder tot strafrechtelijke vervolging wordt overgegaan. In ieder geval is strafrechtelijke vervolging aan de orde als sprake is van opzet en het benadeelde bedrag €100.000 of meer bedraagt. Is het benadeelde bedrag lager dan €100.000 dan kan strafrechtelijke vervolging toch in beeld komen als andere wegingscriteria een rol spelen, zoals de medewerking van een belastingadviseur.

Eind 2018 is een conceptwetsvoorstel gepubliceerd waarin de mogelijkheid wordt geopend om vergrijpboeten opgelegd aan belastingadviseurs openbaar te maken. Openbaarmaking heeft volgens de wetgever een preventieve werking en een waarschuwingsfunctie. De belastingplichtige wordt geïnformeerd over de overtreding die door de belastingadviseur is begaan.

Maar hoe zit het met een door de strafrechter opgelegd beroepsverbod? Hoe weet een belastingplichtige dat een belastingadviseur een beroepsverbod opgelegd heeft gekregen? Op welke wijze wordt het beroepsverbod gehandhaafd?

Het opleggen van een beroepsverbod wordt niet openbaar gemaakt. Een belastingplichtige kan dus niet nagaan of aan een belastingadviseur een beroepsverbod is opgelegd. Ook wordt er niet of nauwelijks gehandhaafd, dat betekent dat een belastingadviseur die een beroepsverbod opgelegd heeft gekregen vrij risicoloos kan doorwerken.

Waarom dan wel het voornemen om een aan een belastingadviseur opgelegde vergrijpboete openbaar te maken? Ik vind dit vreemd aangezien de ‘zwaardere’ gevallen voor de strafrechter worden gebracht en de ‘lichtere’ feiten worden beboet.

Het voornemen van de wetgever om een vergrijpboete opgelegd aan een belastingadviseur openbaar te maken, begrijp ik dan ook niet zo goed. Het ligt wat mij betreft meer voor de hand om eerst werk te maken van het handhaven van een opgelegd beroepsverbod.

Hebt u vragen over dit onderwerp of andere onderwerpen? Neemt u dan gerust contact op via info@taxstudio.nl of 020 244 1622.

Groeten van Tax Studio

bezwaar-tegen-afwijzing-ambtshalve-vermindering

Boetebeschikking niet gehad? Bewijs het maar

Als de Belastingdienst bij de belastingaanslag een boete oplegt, kan daartegen binnen 6 weken bezwaar worden gemaakt. Wordt een bezwaar niet binnen die termijn ingediend dan moet eerst de vraag worden beantwoord, waarom het bezwaar niet tijdig is.

Als de betrokkene aangeeft het aanslagbiljet met de boete niet te hebben gehad waardoor niet tijdig bezwaar kon worden gemaakt dan gold tot het arrest van de Hoge Raad van 5 juli 2019 dat van de juistheid van die stelling moest worden uitgegaan tenzij de onjuistheid daarvan kwam vast te staan. Dit om de toegang tot de rechter voor de boete te waarborgen. Dit kon tot de vreemde situatie leiden dat, hoewel boete en belastingaanslag op een biljet staan, het bezwaar tegen de belastingaanslag te laat was en inhoudelijk niet werd behandeld terwijl het bezwaar tegen de boete wel als tijdig werd aangemerkt. Dit werd in fiscale termen ook wel de partiele ontvankelijkheid genoemd.

Vorige week heeft de Hoge Raad beslist het niet langer noodzakelijk te vinden hierin onderscheid te maken en voor bezwaar- en beroepschriften tegen boetes die worden ingediend op of na 1 augustus 2019 geldt van die datum dezelfde bewijsregel als voor belastingaanslagen. Deze bewijsregel luidt als volgt: Indien de inspecteur over het juiste adres beschikt en aannemelijk is dat het aanslagbiljet per post is verzonden, rechtvaardigt dat het vermoeden van ontvangst. Indien de ontvangst redelijkerwijs moet worden betwijfeld, moet de inspecteur met meer bewijs komen en dat heeft hij meestal niet. De Hoge Raad geeft daarbij aan dat een geloofwaardige ontkenning dat het aanslagbiljet is ontvangen voldoende kan zijn. Ander bewijs dan een ontkenning is er natuurlijk ook niet.

Voor de betrokkene geldt dat na dit arrest het minder zeker is dat een bezwaar of beroep tegen een boete inhoudelijk wordt behandeld als het niet binnen de termijn is ingediend omdat het aanslagbiljet niet is ontvangen. Het bezwaar of beroep wordt alleen inhoudelijk behandeld als de inspecteur en daarna de belastingrechter geloven dat het biljet niet door de betrokkene is ontvangen. Probleem is dat inspecteur en belastingrechter er naar mijn mening te snel vanuit gaan dat het wel zou zijn ontvangen. De meeste post komt immers aan. Hierdoor wordt nu eerder dan voorheen het risico gelopen dat een opgelegde boete in stand blijft omdat een bezwaar of beroep wegens termijnoverschrijding niet wordt behandeld.

Ik zou ervoor willen pleiten dat Belastingdienst en rechters belastingplichtigen gewoon geloven als deze van begin af aan aangeven het biljet niet te hebben gehad. Waarom niet? Het is niet zo dat de opgelegde boete dan moet worden vernietigd. Het geeft hem alleen recht op een inhoudelijke behandeling van zijn zaak. Daarvoor is het bezwaar en beroep toch ook bedoeld?

Hebt u vragen over dit arrest of over andere belastingaangelegenheden? Neemt gerust contact met ons op via 020 2441622.

 

Groeten van Tax Studio

vergrijpboete

Vermogensrendementsheffing (box 3) in strijd met Europees Recht! Hebt u daar ook iets aan?

Nee, een mooi arrest misschien, maar in de praktijk schiet je er weinig mee op.

De Hoge Raad heeft vandaag in een aantal arresten beslist dat het fictieve rendement van 4% in 2013 en 2014 niet meer haalbaar was zonder daar (veel) risico voor te hoeven nemen. In deze procedures was aan de orde of de heffing van box 3 hierdoor op het zogenoemde stelselniveau, op niveau van de wetgeving, voor 2013 en 2014 in strijd is met Europese regelgeving. De Hoge Raad beslist dat er inderdaad sprake is van een schending van de Europese regelgeving.

De vraag rijst dan of de belastingrechter rechtsherstel moet bieden of dat dit op de weg van de wetgever ligt. De rechter is over het algemeen terughoudend met bieden van rechtsherstel bij strijd met Europees recht op regelniveau. De wetgever is meestal eerst aan zet om de wetgeving aan te passen. De wetgeving is ook al aangepast, dat was al eerder gebeurd. De Hoge Raad heeft echter niet getoetst of met die wijziging ook rechtsherstel wordt geboden. Hierover zal dus opnieuw geprocedeerd moeten worden. De heffing blijft in deze procedures voor de jaren waarover is geprocedeerd, 2013 en 2014, dus gewoon in stand.

Rechtsherstel kan nog worden verkregen als sprake is van een zogeheten individuele buitensporige last. Bij de beoordeling daarvan wordt de hele financiële situatie van de belastingplichtige betrokken.

In de zaken die vandaag door de Hoge Raad zijn beslist, stond dat niet ter beoordeling. Overigens is ook dat niet eenvoudig te bewijzen. In 2017 heeft de Hoge Raad namelijk beslist dat hiervan alleen sprake kan zijn als wanneer een maatregel zich in een concreet geval sterker laat voelen dan in het algemeen. Er zijn tot op heden weinig gevallen waarin dit door de rechter werd aangenomen.

Voor wie gelijk wilde krijgen dat de vermogensrendementsheffing niet door de beugel kan, heeft vandaag gewonnen. Voor wie dacht dat de heffing daarmee ook daadwerkelijk van de baan zou zijn, heeft verloren.

Hebt u vragen over dit arrest of andere belastingzaken neem gerust contact op via 020 244 1622.

Groeten van Tax Studio

Belastingdienst

Wat te doen bij een openstaande belastingschuld?

Hebt u een belastingschuld die u niet in een keer kunt voldoen? Lees hieronder 5 tips hoe u dit kunt oplossen.
1. Wacht niet tot de belastingdeurwaarder voor de deur staat
Als u met de belastingdienst tot een oplossing wilt komen, is het niet verstandig om niets te doen totdat de belastingdeurwaarder beslag komt leggen en een openbare verkoop aankondigt. Is er een schuld ontstaan die u niet in een keer kunt inlopen, neem dan contact op met de belastingdienst.
2. Laat de schulden niet verder oplopen
Het klinkt misschien onlogisch maar het is beter om de ontstane schuld even te laten voor wat het is en nieuw opkomende verplichtingen, zoals omzetbelasting en loonheffingen tijdig te voldoen. De schuld stabiliseert en loopt dan niet verder op. Het eerst betalen van de oude schuld leidt vaak weer tot een nieuwe schuld.
3. Betaal openstaande motorrijtuigenbelastingschulden meteen
Staan er op het overzicht openstaande schulden motorrijtuigenbelasting voldoet u die dan direct. De omvang daarvan is veelal te overzien en over de hoogte daarvan bestaat meestal geen verschil van inzicht.
4. Verzoek betalingsregeling
Hoe eerder u een verzoek om een betalingsregeling doet, hoe groter de kans dat u ook daadwerkelijk een regeling krijgt. De Belastingdienst heeft op website een formulier gepubliceerd die u kunt downloaden en invullen.
5. Doe een haalbaar voorstel
Het heeft geen zin om een voorstel te doen die u bij voorbaat niet kunt naleven. Dit zal er slechts toe leiden dat de betalingsregeling wordt ingetrokken waarna het lastig wordt opnieuw een regeling te treffen. Bij het opstellen van een haalbaar voorstel kan een omzet en liquiditeitsprognose van uw onderneming u behulpzaam zijn.
Mocht u vragen hebben of wilt u hulp bij het verkrijgen van een betalingsregeling neem dan contact met ons op per telefoon op 020 244 16 22 of vul het contactformulier in dan nemen wij contact met u op.
Groeten van Tax Studio
Fiscaal-recht

Hangt strafbaarheid van onjuiste suppletie in de lucht?

 

Op 10 juli 2018 heeft de strafkamer van het Hof Den Bosch beslist dat de verplichte suppletie in strijd komt met het beginsel dat niemand aan zijn eigen veroordeling hoeft mee te werken.

Wat Diana Jansen van Tax Studio daarvan vindt lees je in het interview voor Tax Live eind juli 2018. Klik hier om naar het interview te gaan