Is het plegen van belastingfraude moeilijk?

Het Openbaar Ministerie (OM) plaatste onlangs een bericht op de website over een tandarts die volgens de FIOD en het OM belastingfraude heeft gepleegd. Zo liet hij zich uitbetalen op een buitenlandse bankrekening en gaf hij deze inkomsten niet aan.  Met name dat laatste is relevant.

Is belastingfraude plegen eigenlijk eenvoudig?

Het plegen van belastingfraude lijkt op zich niet zo moeilijk. Laat ik omzetbelastingfraude als voorbeeld nemen. Voor het verkrijgen van een teruggaaf omzetbelasting hebt u alleen een inkoopfactuur nodig of nog beter meerdere inkoopfacturen. Deze kunt u eenvoudig zelf maken maar om het nog enigszins wat te laten lijken kunt u ook een zogeheten katvanger inzetten. Dat is een persoon met een onderneming op zijn naam die tegen een relatief kleine vergoeding bereid is om zijn onderneming door u te laten beheren.

U kunt nu facturen opmaken namens die onderneming en aan uw eigen onderneming sturen. Daar is uw aftrek. Nog mooier en beter is het als er ook daadwerkelijk producten worden gekocht. Bij voorkeur kleine producten die een hoge waarde vertegenwoordigen. Anders wordt het zo’n gesleep. Om te voorkomen dat u snel bij de belastingdienst en FIOD in beeld komt, kunt u de producten ook nog over de grens sturen en dan via verschillende landen weer terug naar Nederland. Binnen Europa kan verkoop zonder omzetbelasting plaatsvinden.

Waarom gaat het dan toch vaak fout? Frauderen kunt u niet alleen. U hebt anderen nodig om te kunnen frauderen. Als u steeds voor omvangrijke bedragen goederen koopt van dezelfde onderneming en deze onderneming betaalt de omzetbelasting niet dan is dat een signaal voor de belastingdienst. Om uit het zicht van de belastingdienst en FIOD te blijven, moet u dus van meerdere ondernemingen kopen. Dat blijkt toch minder eenvoudig dan gedacht.

De uitvoering blijkt toch ook vaak wat lastiger dan het op eerste gezicht lijkt. Waarom koopt een onderneming bijvoorbeeld mobiele telefoons van een onderneming die volgens handelsregister de Kamer van Koophandel in babyvoeding handelt. Ook aan de facturen schort vaak het een en ander. Meerdere facturen met hetzelfde nummer bijvoorbeeld. Ook blijken partijen meerdere keren te worden gekocht. Hoe langer de fraude duurt, hoe onzorgvuldiger vaak te werk wordt gegaan. Daarnaast wordt het door technologische ontwikkelingen ook steeds makkelijker voor de FIOD om informatie te koppelen.

Frauderen is minder makkelijk dan het op het eerste gezicht lijkt en ik zou het u dan ook niet aanraden. Voor de tandarts in bovengenoemde zaak komt dit advies mogelijk te laat. Of hij wordt veroordeeld, wordt volgende maand bekend.

Meer weten over belastingfraude? Neem gerust contact op via jansen@taxstudio.nl

Groeten,

Diana Jansen

Fiscaal-recht

Interview Tax Live: verruiming strafrechtelijke vervolging belastingadviseur van de baan

Voor Tax Live ben ik door Marit Muller geinterviewd over het arrest van de strafkamer van de Hoge Raad waarbij de Hoge Raad heeft beslist dat het opzettelijk doen van onjuiste aangifte geen kwaliteitsdelict is. Benieuwd wat ik daar over zeg?

Lees het hier

 

informatiebeschikking

Motivering van een vergrijpboete: zo moet het niet

In mijn praktijk zie ik regelmatig vergrijpboetes voorbijkomen. De belastingdienst moet bewijzen dat het beboetbare feit door de belastingplichtige is begaan.

Als de belastingdienst voornemens is een vergrijpboete op te leggen dan moet dat voornemen aan de belastingplichtige kenbaar worden gemaakt en daarbij moeten hem de gronden waarop de boete berust worden medegedeeld.

De mededelingsplicht ziet in ieder geval op de feitelijke gedraging, maar ik vind dat deze mededelingsplicht ook zou moeten gelden voor de mededeling van de wettelijke bepaling waarop de boete berust. De belastingrechter gaat wat dat laatste betreft meestal niet zover.

Worden de feitelijke gronden niet of niet uiterlijk bij de boeteoplegging medegedeeld dan moet de boete worden vernietigd. Wordt een onjuiste wettelijke bepaling vermeld dan krijgt de belastingdienst van de belastingrechter vaak een herkansing.

Ook al is het huidige boeterecht alweer meer dan 20 jaren oud, het is kennelijk toch lastig om de gronden waarop de boete berust goed mede te delen. Hieronder een paar voorbeelden van hoe het volgens mij niet zou moeten:

-De omzetbelasting is niet betaald en dat is slordig. Slordigheid kwalificeert juridisch als grove schuld.

-Verweten wordt de belastingplichtige dat de aangifte opzettelijk onjuist of onvolledig is gedaan terwijl de boete ziet op het niet betalen van een aangiftebelasting.

-Het ontvangen van omzet op de prive rekening van de ondernemer/eenmanszaak. Dat is een laakbare slordigheid dat kwalificeert als opzet.

– Er is te weinig omzetbelasting betaald en daarom wordt er een boete opgelegd op grond van artikel 67e AWR.

-Boete wordt opgelegd aan een reeds ontbonden VOF. In beroep wordt de boete dan toch vernietigd.

Hebt u vragen over de mededeling van de gronden van de boete of hebt u andere vragen over het formele belastingrecht. Laat het ons weten via 020 2441622 of via info@taxstudio.nl

 

Groeten van Tax Studio

 

Fiscaal-recht

Beroepsverbod of publicatie van een boete? Wat hebt u liever?

De afgelopen 10 jaren zijn er steeds meer mogelijkheden gekomen om belastingadviseurs te straffen als zij in de uitoefening van hun strafbare en/of beboetbare feiten begaan.

Zo is het sinds de invoering van de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht in juli 2009 mogelijk om naast de belastingplichtige ook de betrokken belastingadviseur te beboeten, bijvoorbeeld als medepleger. Voorts kan de strafrechter sinds april 2010 een belastingadviseur naast een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf of taakstraf als bijkomende straf een beroepsverbod opleggen. Dit mede om te voorkomen dat de belastingadviseur zijn beroep verder misbruikt om nog meer strafbare feiten te begaan.

Sinds juli 2015 is daarbij gekomen dat de inzet van het strafrecht in geval van belastingfraude niet langer ultimum remedium is maar nevengeschikt is aan de andere handhavingsmogelijkheden. Dat betekent dat eerder tot strafrechtelijke vervolging wordt overgegaan. In ieder geval is strafrechtelijke vervolging aan de orde als sprake is van opzet en het benadeelde bedrag €100.000 of meer bedraagt. Is het benadeelde bedrag lager dan €100.000 dan kan strafrechtelijke vervolging toch in beeld komen als andere wegingscriteria een rol spelen, zoals de medewerking van een belastingadviseur.

Eind 2018 is een conceptwetsvoorstel gepubliceerd waarin de mogelijkheid wordt geopend om vergrijpboeten opgelegd aan belastingadviseurs openbaar te maken. Openbaarmaking heeft volgens de wetgever een preventieve werking en een waarschuwingsfunctie. De belastingplichtige wordt geïnformeerd over de overtreding die door de belastingadviseur is begaan.

Maar hoe zit het met een door de strafrechter opgelegd beroepsverbod? Hoe weet een belastingplichtige dat een belastingadviseur een beroepsverbod opgelegd heeft gekregen? Op welke wijze wordt het beroepsverbod gehandhaafd?

Het opleggen van een beroepsverbod wordt niet openbaar gemaakt. Een belastingplichtige kan dus niet nagaan of aan een belastingadviseur een beroepsverbod is opgelegd. Ook wordt er niet of nauwelijks gehandhaafd, dat betekent dat een belastingadviseur die een beroepsverbod opgelegd heeft gekregen vrij risicoloos kan doorwerken.

Waarom dan wel het voornemen om een aan een belastingadviseur opgelegde vergrijpboete openbaar te maken? Ik vind dit vreemd aangezien de ‘zwaardere’ gevallen voor de strafrechter worden gebracht en de ‘lichtere’ feiten worden beboet.

Het voornemen van de wetgever om een vergrijpboete opgelegd aan een belastingadviseur openbaar te maken, begrijp ik dan ook niet zo goed. Het ligt wat mij betreft meer voor de hand om eerst werk te maken van het handhaven van een opgelegd beroepsverbod.

Hebt u vragen over dit onderwerp of andere onderwerpen? Neemt u dan gerust contact op via info@taxstudio.nl of 020 244 1622.

Groeten van Tax Studio

belastingdienst-tips

Maken fiscaal advocaten belastingadviseurs bang voor strafrechtelijke vervolging?

 

Deze vraag werd mij onlangs door een cursist gesteld tijdens een cursus over onder meer fiscaal boeterecht. De cursist gaf aan de indruk te hebben dat belastingadviseurs bang worden gemaakt voor strafrechtelijke vervolging. Zij vroeg zich af of dit wel terecht was.

Ik vraag me af of fiscaal advocaten erop uit zijn om belastingadviseurs bang te maken voor strafrechtelijke vervolging. Ik denk wel dat in artikelen en tijdens presentaties vaker wordt gewezen op de mogelijkheid van strafrechtelijke vervolging omdat dit tegenwoordig vaker en eerder aan de orde is. Ik wijs belastingadviseurs daar zelf ook vaker op, niet om angst aan te jagen maar om bewustwording te creëren. Niet in alle gevallen komt het daadwerkelijk tot strafrechtelijke vervolging van de adviseur maar gedragingen van belastingadviseurs zijn naar mijn mening wel vaker voorwerp van onderzoek door FIOD en Openbaar Ministerie.

Het indienen van nihilaangiften omzetbelasting met het idee dat later met een suppletie weer recht te trekken, kan niet door beugel. U zult misschien denken, wie doet dat nou nog? Ik kan u zeggen, het gebeurt vaker dan u denkt. Ook het schatten van de omzet is geen werkwijze die toelaatbaar is. Het slepen met omzetten is vaak het gevolg van een te kort aan liquide middelen bij de belastingplichtige maar het vooruitschuiven is in de praktijk vaak geen oplossing.

Adviseurs worstelen ook wel met de vraag of betalingsonmacht moet worden gemeld als de cliënt de belasting niet kan voldoen. Ik zie vaak dat bij betalingsproblemen de belastingdienst pas na betaling van andere schuldeisers wordt voldaan. Dit is op zich wel te begrijpen omdat het niet betalen van bijvoorbeeld een grote leverancier direct van invloed kan zijn op de bedrijfsuitoefening maar het onbetaald laten van belastingschulden terwijl er niet wordt gemeld, is niet zonder risico.

Onlangs heeft de strafrechter een directeur-grootaandeelhouder veroordeeld voor deze handelwijze (klik hier voor de uitspraak) Er werd uiteindelijk geen straf opgelegd en in die zin kwam de betrokkene in hoger beroep goed weg, maar het bewijs van de opzet was volgens de strafrechter geleverd en de betrokkene heeft wel een veroordeling achter zijn naam.

Bang zijn is wat mij betreft niet nodig, maar het is denk ik wel goed om te weten welke risico’s er mogelijk worden gelopen.

Meer weten? Kijk op onze website www.taxstudio.nl of neem direct contact op via 020 244 16 22 of info@taxstudio.nl

Groeten van Tax Studio,

Diana Jansen